Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALKMAAR, 26 Oktober 1917.

Zo zit ik dan eindelik opgesloten in een sel. Vanmorgen heb ik het feit gepleegd, waarvoor ik nu gevangen gezet ben: vanmorgen heb ik geweigerd de militaire uniform, dienende als simbool van de militaire dienst, aan te trekken. Voorwaar een groote misdaad !,lk trek de uniform niet aan, omdat ik de vrede wil. Ik wil hetzelfde wat regering en andere autoriteiten willen (of zéggen te willen!) In doelstelling verschil ik dus niet met hen, alleen in de manier waarop ik dat doel bereiken wil. En om verschil jh taktiek zullen' ze me nu god-weet-hoe-lang opsluiten. Enfin, ze doen maar!

Het is Kier nu niet wat je noemt'komfortabel ingericht. M'n verblijf is een hok, enige meters lang, breed en hoog, met een zwaar-

gegrendelde deur en een stevig getralied raam, dat niet naar

de wereld uitzicht geeft, maar dan toch nog wat licht door laat. Het meubilair bestaat uit een strozak met drie dekens en een kussen en

een kiebelton.„Voilé tout! Het ziet er dus niet naar uit dat het

hier een aangenaam overwinteren zal zijn en een overwinteren zal het hier toch wel worden, want Oktober kan soms al héél trieste, balorige buien hebben. Verlichting en verwarming schitteren door afwezigheid, zodat de korte, koude winterdagen en de lange, nog koudere winternachten héél gezellig beloven te worden. Maar 'dat doet er allemaal niet toe, want het komt er per slot van rekénirig maar opaan of men het licht en het vuur brandend in zichzelf heeft en heeft men dat, dan wordt al het, andere klein 'en onbeduidend. ■ . De eerste dag, dat ik in deze sel zit, voel ik me opgewekt, haast feestelik gestemd. Het is eigenlik wel gek om dit fe zeggen, maar het is toch zo. De grote strijd, die over de hele wereld tegen het militairisme begonnen is, boeide me zo en de wil om me ook in dat strijden te storten en met m'n kleine krachten mee te vechten, was zó sterk in me, dat ik brandde van verlangen naar het moment, dat ik mee zou kunnen doen, dat ik zou kunnen tonen, dat het me ernst was. Dat ogenblik is er nu geweest. De wereideigenaars riepen me

Sluiten