Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed weten dat het niet goed is, wat ze doen en dat ze, toen ze kiezen moesten, verkeerd gekozen hebben.

Nu is hun lichaam dan z.gn. vrij (hoe dan nog?) maar hun geest is slaafs en ellendig en kan noch durft zich oprichten, want, wanneer ze zich zouden verzetten tegen iets wat hun tegen de borst stuitte

wel, naast de mijne zijn nog meer sellen! en dan zouden ze

even ver zijn als ik (en dat vinden zij niet zo heel erg ver I) en daarom verzetten zij zich niet, doch krommen zich steeds dieper".

Toen ik langs hen ging, zag ik, naast veel nieuwsgierige, ook benijdende ogen en ik dacht: „jullie begrijpt me. Niet ik, maar jullie zijn' de gevangenen!" en getroost met m'n lot, dat niet benijdenswaardig, maar in zedelik opzicht dan toch nog beter was dan het hunne, ging ik m'n sel weer in.

ALKMAAR, 1 November 1917.

(De schrijver was intussen naar een ander even „unheimisch" hok overgebracht, maar daar was tenminste een venster, dat in de buitenlucht uitkwam en waardoor hij een stuk hemel en een oude-vrouwen hofje met bijbehorende oude dames en tuin kon zien).

Als men het een paar dagen gemist heeft, wat beseft men dan eerst ten volle wat de vrijheid is! En wat is het een heerlikheid het oog weg te kunnen laten wijken uit de begrenzing der muren om het vrij en ongestoord ruimte te laten drinken. Alleen het w^ten al, dat het kan, geeft vrede en rust en voldoening.

O, daar is dan de hemel weer, en daar zijn de wolken, die als schepen, zwaar-zwellend van zeilen, statig langs de diepe zee van den hemel stevenen. En bij nacht, o, het geluk van in den stillen hof der sterren te kunnen schouwen en hunner eeuwige banen op en nedergang.

Hèt is herfst. De wereld is blauw en goud. Aan de bomen dort het loof, en wordt tot een gulden schat van schoonheid. De laatste zonnestralen zijn het, die de aarde nog omarmen, en de blauwe lucht erboven weet, dat het zomereinde nadert en is in wijze, wijde wachting. De bladeren dorren en vallen en ik zie van uit m'n getralied venstertje, dat op de plaats waar eerst de bladeren zaten,

Sluiten