Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m'n adem stijf en m'n handdoek staat rechtuit als een plank, — maar ondanks dit alles is het toch Kerstmis en toch vier ik de geboortevan de Liefdemens en dus is het warm en licht.

Dries schreef me: „je zult een stemmige kerstmis hebben, dit jaar", en ja, stemmig is het hier vandaag, Ik heb niets van wat anders zo bij een kerstviering hoort: preek en klokgelui, kerstboom en ere-

zij-god-gezang, maar, ik heb alleen mezelf en daarom vier ik

misschien dit kerstfeest zuiverder ofschoon dan stemmiger dan ooit te voren of ooit na dezen.

Toen ik vanmorgen wakker werd, was het acht uur en de klokken uit de torens rondom zongen over de witte wereld hun koperen, beierende galmen van geluk uit, die heerlike, volle, daverende geluiden, waar ik telkens en telkens zo graag naar hoor en die hun schoonheid over de wereld uitbrokkelen en in heel veel mensenharten even een snaar aanraken en mee laten zingen en trillen en ontroeren. Ha, die goddelike monden in die goddelike zuivere hoogte! Hoe zouden wij ons hart over de donkere wereld willen laten luien, luien, tot al wat slaapt, al wat dommelt en al wat suft ontwaakt en het hoofd opheft en mee gaat beseffen, dat er een nieuwe, krachtige godezoon op aarde geboren is.

Vandaag leven vele mensen in herdenken. Vele eeuwen geleden werd daar (ach, misschien is het niet eens waar, maar dat doet er niet toe!) een kind geboren, een kind, dat in zijn wieg reeds de adem van den heiligen Geest over zün ogen had voelen gaan, eh dat later, groot geworden, die heilige Geest in zich voelde: de reinrechte vlam van idealisme en enthoesiasme. Stil schreed hij over de wereld: een onttogene, die geen deel had aan al het brute, materialistiese levensbeweeg der begane aarde, maar die in zijn ogen droeg een schat van dromen van een beter en reiner wereld. Wat Schiller later in zijn lied „An die Freude" gezongen heeft: „Alle Menschen werden Brüder!'' en wat Beethoven in zijn 9e simfonie uitgejubeld, uitgekreten, uitgesnikt heeft, in allerhoogste spanning van zijn vol-menselik genie, dat heeft hij reeds gezegd tot die hem omringden: „Kinderkens, hebt elkander, zelfs uw vijanden lief! Kindren van één Vader zijn wij!"

Ze hebben hem gedood, de filisters en de fatsoenliken, natuurlik! Toen hij 33 jaar was brachten ze hem smadelik om het leven;maar had hij in onze dagen geleefd, — nog veel korter had hij het gemaakt. Reeds op 19- of 20-jarigen leeftijd had hij achter de tralies gezeten of — op Meerenberg, hij, de stille dromer. Of, erger mis-

Sluiten