Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SOLDIJ.

Ons salaris bedraagt 20 en 25 cent per dag bij de infanterie en aanverwante wapens; de anderen, als cavalerie en zeedienst, ontvangen nóg meer. Hierdoor komt het dat iedere soldaat, voorzoover hij niet behoort tot de bezittende klasse, onherroepelijk zijn spaarpot opteert.

Al ben je nu nog zoo zuinig, in dezen tijd doe je met 2 dubbeltjes per dag niets; tien sigaretten, twee sigaren, een stukje kwatta, een kop koffie in een café, elk van deze zaken eischt onherroepelijk je twee dubbeltjes. En dan in den dienst zelf, als er vrouwen zijn die de aardappelen schillen, dan kost dat een dubbeltje per week aan den soldaat. Als er een ruit gebroken wordt of een kousje van een lamp of een glas, moet de soldaat er voor betalen, zoodat de inwendige huishouding door de soldaten samen moet worden onderhouden. Nu eens een dubbeltje, dan eens een stuiver wordt je zoo van je schitterend salaris; afgehouden. Als het niet zoo ernstig; was, dan aou men er den draak mee gaan steken, maar nu vooral jonge menschen hun met veel zorg en moeite verkregen spaarduitjes opteren moeten, nu men geen boek kan koopen uit geldgebrek, nu men des Zondags in het veldleger van verveling en geldgebrek niet weet wat te doen, nu daar meer dan 200.000 jonge menschen door de stoffelijke zorg geestelijk kapot gaan, nu is er geen zweem van reden tot lachen aanwezig. Nu is het de plicht van iedereen, die iets kan doen om de heerschende misère, den dreigenden ondergang van het beste deel onzer natie te lenigen en te voorkomen, om daartoe mee te werken. En als men dan leest in het christelijk dagblad De Amsterdammer dat de soldaten met hun salaris tevreden moeten zijn, omdat slechts één dubbeltje meer per dag het rijk 40 millioen zou kosten, dan ben je geneigd om den schrijver van dien poespas toe te roepen :

Sluiten