Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die als landstormer is moeten opkomen. Die leeraar heeft hem vroeger eens een Friesch liedje vertaald, dat begon met: „Alle menschen zijn mijn broeders." Die man kende het leven niet. Althans niet het soldatenleven. Daar heb je geen broeders, daar ken je soldaten en verder geen familie. Je hebt „meerderen" en „minderen" en van den „meerdere" mag de „mindere" nooit het hoofd zien, alleen maar de sterren en de strepen en de knoopen. Die leeraar dus, die reeds in zijn les blijk had gegeven absoluut onbevoegd te zijn om militaire levensbeschouwing te doceeren, is de mindere van dien jongen, pardon, van dien „kemelsharen galon op iedere benedenmouw".

Wij wekken de soldaten op om als burgers mee een zoodanigen druk uit te oefenen op de wetgeving, dat in de nieuwe Kamer de motie-Duijs tot beperking van den militairen groet wordt aangenomen.

HET KANTINE-BEHEER.

De plaats, waar de militairen hun vrije uren kunnen doorbrengen en iets gebruiken, is de kantine. Deze kantine waar, naast verschillende dranken, ook eetbare consuiriptie-artikelen te verkrijgen zijn en tevens allerlei andere kleine zaken, als zeep, sigaretten, knoopen, tabak e. d., wordt door het rijk niet zelf geëxploiteerd, maar wordt verhuurd. Wel zijn er soldaten die bedienen en de zaak regelen en schoonhouden met en onder toezicht van een onderofficier of sergeantmajoor, en ook is het nog steeds zoo, dat geheel dat beheer heet te geschieden onder leiding van den commandant ter plaatse, maar in wezen is de heele exploitatie een zaak voor winst van v. Goethem & Neuteboom c.s.

Van onze schamele soldij of van onze spaarduiten moeten wij dus ook nog een deel afstaan om de winst van die heeren te vergróoten. Bovendien laat in zeer

Sluiten