Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het accompagnement: „Wil je niet opstaan, dan blijf je maar liggen, wat er van komt, dat is d'r voor jou !" Vooral dat laatste is het wat de soldaten vlug doet opstaan, want als straks appèl wordt gehouden en men ligt nog te bed, dan „kom je op de bon". Ieder die in dienst is, weet natuurlijk wat dat beteekent. Dan moet je op het rapport komen en dan krijg je een „douw". Die straf wordt door den compagniescommandant opgelegd, zooals dat met alle andere straffen gebeurt, voorzoover ze niet van zoo ernstigen aard zijn, dat ze naar den krijgsraad worden verwezen. Alle straffen van geringen omvang worden door den compagnies-commandant alleen opgelegd. Hierover kan men dan in appèl gaan, als de straf eerst is uitgezeten. Al die kleine vergrijpen vallen onder het tuchtrecht en de compagnies-commandant is het die de tuchtiging toedient.

Reeds direct bij het ontwaken wordt de soldaat er aan herinnerd dat hij bij niet stipt opvolgen van een bevel strafbaar is. Nu is het ieder van ons bekend dat zeer dikwijls voor geringe fouten zware straffen worden uitgedeeld, zooals provoost en cachot. Wij weten dat in de burgermaatschappij een straf van b. v. 14 dagen hechtenis pas wordt opgelegd na een vrij ernstig vergrijp. In dienst krijg je 14 dagen provoost voor veel geringere feiten en bovendien is er een Zeer groot verschil in de rechtspleging. Als soldaat is het je compagnies-commandant die alléén, afgaande op wat een korporaal, onderofficier of andere „meerdere" zegt, de straf bepaalt en doet voltrekken. In de burgermaatschappij is het de rechtbank. Als soldaat heb je voor de vergrijpen, onder het tuchtrecht vallende, geen advocaat, in de burgerrechtspleging daarentegen kan je een verdediger ambtshalve (d. w. z. kosteloos) je zaak doen bepleiten.

Ieder soldaat weet bovendien nog genoeg staaltjes waaruit hem duidelijk is geworden, dat er bij een zoo

Sluiten