Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hiervan is het gevolg geweest dat thans nog vele gezinnen van dienstplichtigen moeten rondkomen met bedragen van / 1.10—/ 1.60 per dag, zoodat de zwartste armoede in vele gezinnen rondwaart. Nu is na èen harden strijd van de Sociaal-Demokratische fractie in de Kamer, gesteund door de organisatie van militairen, het maximum verhoogd tot ƒ 3.— per dag. Maar steeds nog bepaalt de burgemeester het bedrag en nog steeds mag niets meer worden uitgekeerd dan het bedrag wat men verdiende vóór den tijd der indiensttreding, ook al zijn in dien tijd de prijzen der levensmiddelen met vaak meer dan de iielft gestegen.

Bovendien moet dan nog van dat bedrag worden afgetrokken een bedrag dat eventueel noodig zou zijn voor den kostwinner als hij nog thuis was. Ook dit bedrag wordt door den burgemeester naar willekeur bepaald. Er zijn gevallen bekend dat de burgemeester / 4.—, zelfs ƒ 5.— per week aftrekt voor noodzakelijk levensonderhoud, terwijl wij ook weten dat in andere gemeenten, b. v. in Zaandam, zoo noodig slechts / 1.— wordt afgetrokken. Dan hebben tevens die burgemeesters nog het; recht om tot 25 % toeslag te verleenen als naar hun öordeè'lhet bedrag der vergoeding, naar het loon berekend, niet voldoende is om in dezen benarden tijd rond te komen. Nooit echter mag meer dan drie gulden per dag worden uitgekeerd.

Zeer vele burgemeesters echter denken dat de arbeidersvrouwen kunnen tooveren, dat zij van de enkele guldens nog in weelde zouden kunnen leven, en daarom zijn die heeren over het algemeen niet te royaal, temeer niet omdat zij bang zijn (althans waren) dat zij, als bleek dat teveel door hen werd uitgekeerd, dit meerdere zelf uit eigen zjak moesten terug betalen. Deze bepaling is nu vervallen1.* Evenwel mëenen wij dat niet meer één man in iedere gemeente over een zoo belangrijke zaak, waarbij een zoo groot getal personen is betrokken en waarvan de uitvoering zoo verschillend

Sluiten