Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

[Overgedrukt uit de Nederlandsche Staatscourant van 1 April 1920, n°. 65.]

31 Maart 1920 Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, n°- 42. Koningin der Nederlanden, Prinses van

— Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onzen Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, van 29 Maart 1920, n°. 3094, afdeeling Lager Onderwijs Algemeen;

Gezien Ons besluit van 25 Juli 1916?n°. 44, betreffende de lichamelijke oefening;

Hebben goedgevonden en verstaan:

tusschen artikel 8 en artikel 9 van Ons besluit van 25 Juli 1916 n°. 44, betreffende de lichamelijke oefening, in te lasschen artikel 8bis, luidende:

„Ingeval het groepen leerlingen betreft, welke gevormd zijn door rechtspersoonlijkheid bezittende vereeningen tot lichamelijke oefening, kunnen voor den geldelijken steun en de ver: goeding of tegemoetkoming, bedoeld onderscheidenlijk in artikel 6. en_ artikel 8, tweede lid, wegens de oefening dezer groepen de besturen dier vereenigingen in plaats van de leiders.in aanmerking komen."

Onze Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen is belast met de uitvoering van dit besluit, waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemeene Eekenkamer. >

's Gravenhage, 31 Maart 1920.

WILHELMINA.

De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, J. Th. de Visser.

Sluiten