Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N°. 3443, afd. L.O.A.

De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen heeft goedgevonden tot uitvoering van het Koninklijk besluit van 25 Juli 1916 n°. 44 (besluit betreffende de lichamelijke oefening), nader gewijzigd bij Koninklijke besmiten van 5 Juli 1918 n°. 85, 5 April 1919 n°. 43 en 31 Maart 1920 n°. 42, in zijne beschikking betreffende de lichamelijke oefening:

1°. tusschen artikel 18 en artikel 19 in te lasschen artikel 18bis, luidende:

„De kennisgevingen en de verzoekschriften, bedoeld ondei> scheidenlijk in artikel 16, eerste lid> en artikel 18, betreffende groepen leerlingen die gevormd zijn door de besturen van vereenigingen als omschreven in artikel 8bis van het besluit en voor welker oefening deze besturen zich de belooning wenschen te zien afgedragen dan wel zich vergoeding van of tegemoetkoming in de onkosten wenschen te zién. uitgekeerd, worden ingezonden door die vereenigingsbesturen en zijn ingericht als is vastgesteld

Ook de kennisgevingen, bedoeld in art. 16 tweede en'derde lid, worden dan bij voorkomend geVal door die besturen ingezonden" ;

2°. het derde lid van artikel 21 te lezen als volgt: „De personen in het eerste lid bedoeld, zijn bevoegd de hun voor het onderzoek toegewezen groepen leerlingen, die hun nog geheel onbekend zijn," aanvankelijk te onderzoeken in de maand December of Januari, en voorts al de hun toegewezen groepen, voor zooveel zij niet worden geoefend onder leiding van het bestuur eener vereeniging tot lichamelijke oefening, in den loop van het oefeningsjaar tweemalen te onderwerpen aan. een vooronderzoek. '

's Gravenhage, 1 April 1920.

Voor den Minister,

De Secretaris-Generaal,

0. Feith.

Sluiten