Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toelage of andere belooning uit 's Rijks kas, genieten bovendien vacatiegeld tot een bedrag van f 6 voor eiken dag, waarop zij het examen of eene daartoe betrekkelijke vergadering der commissie bijwonen. (J)

Artikel 2.

De bezitter van de akte van bekwaamheid voor middelbaar onderwijs in de gymnastiek of van het getuigschrift B volgens Ons besluit van 22 Augustus 1913, n°. 51 (Besluit betreffende de lichamelijke oefening der jongelingschap), die een cursus geeft tot opleiding van candidaten voor het in artikel 1 bedoelde examen, kan deswege voor geldelijken steun van Rijkswege in aanmerking komen naar de regelen, in de artikelen 3, 8 en 9 gesteld.

Gelijke bepalingen gelden voor de bezitster van de akte van bekwaamheid voor het geven van middelbaar onderwijs in de gymnastiek.

Artikel 3.

De leider van een zonder kosten voor de deelnemers of deelneemsters te geven cursus, als bedoeld in het vorige artikel, ontvangt eene belooning van f 40 voor iederen deelnemer of

(!) Ingevolge Koninklijk besluit van 5 Juli 1918, n°. 85, wordt het derde lid van artikel 1 gelezen als volgt:

„De leden dezer commissiën genieten vergoeding voor reis- en verblijfkosten.. Met uitzondering van de inspecteurs van de lichamelijke opvoeding genieten de leden bovendien vacatiegeld tot een bedrag van f 8 voor eiken dag, waarop zij het examen of eene daartoe betrekkelijke vergadering der commissie bijwon™.

Bij art. 1 van het Koninklijk besluit van 19 December 1918, (Staatsblad 804 a), is in het algemeen voorgeschreven, dat aan de leden van bij eene wet, Koninklijk besluit of Ministerieele beschikking ingestelde commissiën, tenzij bij de wet anders is bepaald, voor elke vergadering, hetzij van de volle commissie of van een harer subcommissiën, die zij bijwonen, een vacatiegeld wordt verleend van f8;

en dat twee of meer vergaderingen op denzelfden dag voor één vergadering gelden;

en bij art. 5, dat alle in andere besluiten voorkomende bepalingen, welke dit onderwerp betreffen, zijii afgeschaft.

Dientengevolge is de tweede volzin van het bij vermeld Koninklijk besluit van 5 Juli 1918, n°. 85, nieuw vastgestelde derde lid van art. 1, vervallen.

Sluiten