Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarna zonder stooten in 3 tellen omhoog drukken, armen gestrekt. In 2 X 3 tellen den halter langs denzelfden weg terug brengen tot hij het lijntje raakt; den vierden keer wordt de halter neergelegd.

Voor vrouwelijke leerlingen.

Uit te voeren:

A. 1. Vrije oefeningen in standen.

Eén regelmatige oefening, vierdeelig, meerledig.

(In deze oefening mogen niet voorkomen grootere dan halve draaien om de lengte-as, standen met één of beide beenen diep gebogen of met horizontale zweefhoudingen).

2. Vrije oefeningen in het voortbewegen.

Twee oefeningen, waarin geen grootere dan J draaien mogen voorkomen; deze ook te combineeren met eenvoudige armoefeningen, doch niet op elk deel van den meerdeeligen pas eene armbeweging. De aaneengeschakelde passen zijn hoogstens zesdeelig.

(Oefeningen met wisselopsprong zijn uitgesloten).

3. Combinaties van stok-oefeningen met vrije oefeningen in standen.

Eén regelmatige, vierdeelige oefening, waarin ten minste twee der volgende bewegingsvormen voorkomen: over- of opheffen van den stok; polsdraaien binnenwaarts met één hand; weerhoudingen; stokzwaaien, deze laatste ook met één hand uit te voeren.

(De stok mag niet als handtoestel dienst doen en voor de met de stokoefeningen te combineeren vrije oefeningen gelden dezelfde beperkingen als onder A 1 zijn aangegeven.)

B. t. Brug.

Eén oefening, waarin voorkomen ten minste drie der volgende vormen: zwaaien in steun op gestrekte armen; afwisselingen en verbindingen van zitten of (en) van ligsteunen op gestrekte armen; af- en uitsprongen, gevolgd door nabewegingen.

Sluiten