Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dadelijk. Overigens, het Arabische woord ken ik alleen, en op een ander commando doet hij het niet.

„Verbazend grappig," knikte ik vaag, en voelde waarlijk medelijden met den rijken doch malenden vriend.

Josjo was inmiddels gebaad, in ruige handdoeken afgedroogd, gekamd en geborsteld. De hoeven waren schoongevijld, de neus met een zijden doek uitgepeuterd, de tanden met een grooten borstel vol kalodont gepoetst en de mond met odol uitgespoeld.

„De hartslag is normaal," verkondigde de lijfarts. „Best, u kunt gaan; en jullie ook," vervolgde Arie tegen de bedienden.

Toen ze verdwenen waren, de dokter naar zijn kamer hinkend om er de pijnlijke wonden te verbinden, en we dus beiden met langoor in de badkamer waren overgebleven, zei Arie:

„Ik zal het maar meteen probeeren."

Josjo werd geleid naar een alleenstaande kamer, waarin, door een gang omgeven, een andere kamer was ingebouwd. In de vier hoeken van die gang stonden spiegels, evenals in een gepantserde bewaar kluis, en een dier spiegels was vanuit de kamer zichtbaar door een dik rond venster. De deuren werden gesloten. Josjo werd gebracht op een wit laken, dat uitgespreid lag op den dicht met kokosmatten belegden vloer. Arie keek eens naar boven om zich te vergewissen dat niemand zich op het matglazen getraliede dak bevond, ging dan voor het ronde ruitje staan en, in de spiegels bemerkend dat geen nieuwsgierige in de gang rondom was gedrongen, sprak hij zacht een woord, dat ik aanstonds vergat, doch dat sterk geleek op „Al wascht die zich."

Toen de stroom op hield en langoor van het laken afstapte, schoof Arie snel een luikje voor de ronde ruit en boog naar den muntenhoop.

Sluiten