Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET KIND

A — die oude man huilt zoo." Bij een arm voortgetrok„LV1 ken liep het kleine meisje met dribbelpasjes naast de moeder voort, aldoor omkijkend, naar waar hij aan den kant van het weggetje zat. „Ma - waarom huilt die oude man zooi hoorde hij het kind nog vragen, toen het al achter de kromming verdwenen was.

„Hij zal wel erg groot verdriet hebben, Liesje..."

„Ja," zei het meisje, met vaag besef.

Toen werd het weer stil op het smalle weggetje. Dichtbij aan den overkant van de sloot, graasde een koe, trok met scheurend geluid bij eiken lik de jonge halmen af. Een waterjuffer schoot, blauwig glanzend in de zon, over het riet, — in de struiken twistten een paar musschen.

De oude man huilde. Zijn oude knuisten in de oogen geperst, zat hij voorover en zijn heele lichaam schokte bij eiken krampachtigen snik. De warme zomerzon stond hoog aan den ijlen hemel, waar enkele witgekuifde wolken langzaam verschoven. De lucht aan den verren einder van weilanden en wilgen en riet, trilde en deed het silhouet van de kleine roodedakenstad, met den lompen toren statig er boven uit, zachtjes beven en golven. In het gouden hooge licht lag het Hollandsche land versch en weelderig onder de blauwe tintelende lucht, als één groote, jubelende blijheid.

Hij zag het niet. In zijn denken wemelden de herinneringen van jaren her, de mooie gelukkigmakende herinneringen, de mijmerende: voorstellingen van een blijde toekomst, zooals hij ze eens had bezeten. Nu was het uit, nu was z'n jongen in het verre tropenland plotseling gestorven en slechts was er de brief van een onbekende, een kameraad, die hem, met enkele onhandig officieele zinnen, het einde had medegedeeld Hij

uuuuu ju vanen, tae aruk.

Sluiten