Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plakken chocola, suikerfiguurtjes, — wachtten een drietal klanten in den winkel ongeduldig om bediend te worden, had Kees' kennis de klink van de deur al in de hand.

Ten slotte, na een half uur, vroeg Kees rustig ; „Kunt u me dan misschien een bankje van tien wisselen?"

De juffrouw reikte hem kwaadaardig vijf guldens en twee rijksdaalders, liep hem tot aan de deur na omdat hij glad vergeten had het bankbiljet in ruil te geven, en Kees ging bedaard de straat op. De kennis kwam pas na een kop thee weer op streek, durft heden nog niet langs den winkel loopen.

Een ander maal had Kees lust in een nieuwen stroohoed. Hij had een panama ontdekt, die midden in de uitstalkast eenzaam en verlaten op een koperen standaard prijkte. Twee vijftig had Kees er onder zien staan.

„Ik wou een stroohoed hebben," verklaarde bij, den winkel binnenstappend. In een oogenblik tijdslagen er een dozijn voor hem klaar, paste hij kieskeurig voor een spiegel.

„Mag ik die panama daar eens zien," vroeg hij langs zijn neus weg.

Er kwam eenige beroering in den winkel. De chef sloop uit zijn kantoortje met een vriendelijk gezicht, de jongste bediende liet zijn doozen in den steek, de kasjuffrouw ging de familie van den chef waarschuwen, en weldra stonden ze met welwillende gnuivende gezichten op een eerbiedigen afstand van den gek, die een kwart mille wilde neerleggen voor een stroohoed.

Kees paste, verwrong het ding in allerlei vormen, klapte den rand op en neer, rolde hem op, vroeg ten slotte:

„Hoeveel doet dat ding?"

„Twee honderden vijftig gulden," zei de chef met een indrukwekkende stem.

Kees bleef onder deze rampspoedige mededeeling zoo koel als een hondesnuit, kwam rustig:

Sluiten