Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik drong aan op het verhaal en Jan vertelde: „Het gebeurde natuurlijk vroeger, jaren her, toen we als gesjochten jongens samenwoonden."

„Méér dan gesjochten," onderbrak George.

„Ik zei „natuurlijk", omdat alle waarlijk grappige dingen in dien tijd gebeurden en je tegenwoordig, nu je niet meer „gesjochten" bent, een egaal vlakkig bestaan leidt."

„Nou" — vond ik — „een kat die scheerzeep eet, is óók niet alledaagsch."

„Ja —' maar het is geen gebeurtenis, die je later nog eens beschateren kunt. Deze kat heeft ook alweer geen karakter, is een salondier — maar die andere, nou — dat was me er een."

Hard ratelde opeens de telefoon. Jan ging er heen, zuchtend.

„Hallo — ja mevrouw. Mevrouw ik vind het zéér hartelijk van u. Mag ik even kijken of ik dien avond vrij ben? — Ja — zooveel invitaties. — Ja mevrouw —< tot m'n genoegen zie ik, dat ik van uw uitnoodiging gebruik kan maken. George — ja ■— die is net hier."

„Vervloekte ezel," bromde de man met de mondoline. „Zeg maar ja.

„Ja mevrouw — hij zal zeer gaarne van uw gastvrijheid gebruik maken. Zonder mankeer en mevrouw — dag mevrouw. Ik wou dat je naar de maan fietste" <— kwam Jan mismoedig verwenschend van het toestel terug. „Alweer zoon'n beroerd diner."

„Bij wie?" informeerde George. „Bij mevrouw Kamps. — O.W."

„Duur maar slecht eten," critiseerde George, — „misschien een bestelling."

„Natuurlijk, voor ons ieder één — anders vragen ze ons niet samen," mopperde Jan.

Sluiten