Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

morgen om zeven uur thuis en vroeg aan den portier, waarom de Messaggero er nog niet was.

„Dien heeft la sfregiata" — dien bijnaam had Annunziata door haar sfregio gekregen, ~ „dien heeft la sfregiata al gehaald, zeide de man.

Mopperend sjouwde ik de trappen naar de zesde verdieping op. Die drommelsche Annunziata, om altijd in m'n kranten te snuffelen!

In mijn kamer vond ik ze. Aan de schrijftafel zat ze, met starende, onwezenlijke oogen, de lippen bloedeloos, het hoofd zenuwachtig knikkend op en neer. Ze zag me niet éér ik voor haar stond en toen gaf ze zoo'n doordringenden gil, terwijl ze als waanzinnig opstoof en zich tegen den muur drong als een dier — dat ik zelf verstijfd van schrik bleef staan. Haar gelaat, met de ontstellende verminking, was geel als oud ivoor, doch fel, als een nauw geheelde wond, stond bloedrood de wanstaltige lijn van den sfregio er uit op. De oogen, groot, één gitten pupil, staarden me aan met zulk een afgrijzen, zulk een dierlijken angst, dat ik m'n adem voelde stokken. Het was als een weerzinwekkend droombeeld.

Het duurde slechts kort. Toen zakte ze met een diepen zucht ineen en begon zóó onmatig, zóó zenuwophitsend te schreien, dat het waanzin geleek. En ten slotte begon ze als een dronkenmansrefrein te zeggen, eindeloos achter elkaar. „Mi vuol ammazza, mi vuol ammazza, mi vuol ammazza..."

„Wie wil je vermoorden?" vroeg ik — „Giacomo?" Maar ze blééf opdreunen, eindeloos „mi vuol ammazza, mi vuol ammazza ..."

Toen eerst merkte ik, dat signora Tutino, bleek en ontdaan in de deuropening stond. Ik wenkte haar weg. En terwijl in een hoek van de kamer, hulpeloos ineengezakt, la sfregiata te kreunen lag, nam ik den Messaggero op, vond weldra het bericht:

Martin Invallen. 2e druk»

Sluiten