Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerloozen man der mala vita, waarmede men heeft verkeerd. En beide uitleggingen beteekenen schande voor de sfregiata! De bella Annunziata kon niets van het leven meer verwachten dan den dood door moordenaarshand; den moord van een hatenden bandiet, die haar de drie jaren gevangenis niet vergeven kon, die drie jaren, welke hij zich op den hals haalde om zijn „eer" te wreken. Want geen lid der mala vita kan een vrouw ongestraft laten, die zich niet aan hem geven wil.

Ze schreide, Annunziata, en den heelen dag dorst ze het huis niet uit en ook den volgenden dag niet. Ik sprak er over met den kapitein der carabinieri. Hij zou zijn best doen, kon niets belooven. Zoodra de kerel in de buurt opgemerkt werd, zouden ze hem inrekenen.

Weken verhepen. Giacomo Benvenuto het zich niet zien, scheen het spoor van Annunziata bijster. En zelf werd ze weer driester, ging verre boodschappen doen, dorst zich voor de ramen te toonen, zong zelfs nu en dan in de keuken. De signora en ik spraken nooit meer met haar over het geval, wat ze zeer op prijs scheen te stellen.

En toen — toen niemand er meer aan dacht — toen — op een ochtend, gebeurde het. Ik stond in de groote ingangspoort van het hooge huis bij den portier, las een uit Nederland ontvangen brief. Buiten lag de straat in de felle zon te blaken, dat het licht de oogen verblindde. Eens opkijkend zag ik Annunziata uit een winkel naast de wacht der carabinieri komen. Een groote mand met komkommers droeg ze onder den arm.

En plotseling een gil, een man vóór haar, die den arm heft, de sfregiata tegen den grond slaat en wegloopt.

De portier en ik rennen de straat op. Uit een wijde wond aan den hals gutst het bloed op de blakende witte steenen. In de verte holt Giacomo. Bij eiken zwaai van zijn rechterarm zie ik het mes blinken en flikkeren in de zon. Een razende, dolle woede

Sluiten