Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Waarom niet ?" vroeg hij onoprecht. ■ „Omdat — nou — dat hoef ik niet uit te leggen. Ik had er niet over begonnen, zou me niet bekend gemaakt nebben, als ik niet..."

„Als je wat niet ?"

„Als ik niet zoo graag wat gehoord had van daarginds, van Holland. Hoe het u er gegaan is en wat ervan anderen terecht gekomen is."

„Beste kerel, ik heb veertig jaar in het buitenland geleefd." „Nou — neem me dan niet kwalijk. En hoe gaat het u ?" „Zeg toch: jou."

„Nou hoe gaat het jou dan? Ben je getrouwd, heb je kinderen ?"

„Nee," zei hij bot en zweeg.

„Ik wel," vertelde Vermeer, — „dat wil zeggen, — ik had een vrouw, een Fransche..." Hij zweeg weer.

„Vertel nu eens — hoe kóm je hier?" begon van Beveren opnieuw.

„Ik? — Och — nee, wat heb je er aan? Gesjeesd als student, schulden gemaakt, dolle streek gedaan en portier geworden in een derde rangshotel vanwege onze Nederlandsche talenkennis. Fooien leeren aannemen, vieze bestellingen leeren opknappen, leeren gappen, als het noodig is. Een vrouw getrouwd, een kellnerin, — flinke vrouw. Een eigen zaak begonnen en over den kop gegaan. M'n vrouw gestorven en weer portier geworden. En zoo verder, tot in het oneindige; altijd ouder, altijd een rangetje lager, nooit kunnen sparen en nu eindelijk nachtkellner, 's nachts champagne brengen bij fuivende paartjes in het hotel, spuitwater voor beschonken thuisgekomen gasten, ' grocjes voor oude heeren, die niet slapen kunnen, thee voor dweepende Engelsche meisjes, die óók niet slapen kunnen — den heelen nacht door. 's Morgens mee helpen schoenen poet-

Sluiten