Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ All right," zei deze rustig en de matroos ging heen.

Al de gasten tuurden naar onze tafel, angstig. Zulke boodschappen voorspelden in den regel weinig goeds. De gezantentafel loerde. De Duitsche officieren, de „Schlachtenbummler" wachtten op een wenk, die zou beteekenen: „naar je post", — de Russische teekenaar, wiens vrouw steeds in Grieksche gewaden liep, keek nieuwsgierig. Alleen de Engelsche correspondenten aten rustig verder. Ook de stadscommandant, na den brief in den zak gestoken te hebben, begon weer te eten, zei na een paar happen rustig:

Geen opzien verwekken. -— Gauw afeten en een voor een opstaan en naar zijn post. Niet haasten. Er schijnt een aanval op til. In het zoeklicht van den Engelschen torpedojager hebben ze een vijfhonderd man gezien, die op de brug van het moeras aftrekken."

En hij stond op, liep rustig rookend de zaal uit, verdween in den donkeren nacht in de richting der loopgraven, waaruit eentonig en naargeestig de krijgszang der Malissoren galmde. Daarop verdween de batterijcommandant, en zoo verder, tot alleen de dokter en ik overbleven en om ons een houding te geven, zaten te blazen in de reeds koude koffie.

„Nou — dan ga ik óók maar," kwam tenslotte de dokter. — „Als ze het maar kort maken."

Ik ging mee.

„Was ist denn eigentlich los," vroeg de Duitsche gezant. „Nichts," antwoordden we stug.

De dokter ging zijn verbandtasch halen, ik deed mijn verrekijker om, mijn browning, stak de electrische lantaarn in den zak en ik ging naar buiten.

Daar stond, gehuld in een langen donkeren mantel, de chef van de geheime politie.

„Weet u, waar de stadscommandant is?"

Sluiten