Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Heb je je nooit afgevraagd, wat die aap hier doet?" vroeg hij opeens, midden in een gesprek over heel andere dingen. „Nee, in het geheel niet," veinsde ik. „Nu, dan zal ik het je zeggen, het is mijn portret." Hij keek me aan, toen hij dit langzaam sprak, alsof hij van mij de meest ontstelde verbazing verwachtte. Maar het ging niet op. Ik bleef onbelangstellend doen.

„Ik zal je eens wat vertellen," begon hij toen, „een geschiedenis, die je misschien allergekst zult vinden, maar als je er om durft lachen, breek ik je den nek. Ik weet zelf, dat dit alles heel belachelijk is, maniakaal, op het randje van volmaakten waanzin. Enfin, het is nu eenmaal zoo.

Je moet dan weten, dat ik als jongen van vijftien jaar al naar den Congo ben gegaan, omdat er op school toch niets van me terecht kwam. Het zonderlinge was, dat ik daar een groote bekwaamheid aan den dag legde en op m'n twintigste al zoo ver was, dat ik een aardig fortuintje had verdiend. Een van m'n kornuiten ging naar Argentinië en ik ging mee. We hadden het geluk iemand te ontmoeten, die ons een goeden raad gaf: stoker te worden bij het spoor. Dat lijkt dwaas, maar het was een uitstekende raad. Je werd al gauw machinist en als zoodanig had je recht op een halve wagonlading. Iedere machinist in Argentinië was in dien tijd een volleerd koopman. Enkele sporen maar hepen door het reusachtige land, waar al naar gelang van de breedte en de hoogte alle gewassen groeien, alle culturen bedreven worden. Kwam je aan de kust, dan kocht je landbouwwerktuigen, snuisterijen, allerlei dingen, die de boeren binnenslands konden gebruiken. Kwam je daar, dan verkwanselde je in de stations, waar je uren den tijd hadt, je halve wagonlading aan de wachtende buitenlui, ruilde voor een prik tegen kaas, wol, leer, katoen, meel en de hemel weet wat al niet meer, wat je dan weer duur aan de stadslui verkocht. In een paar jaar

Sluiten