Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE RAMP

DE eerste berichten waren dien morgen van den 29en December 1908 te Rome aangekomen. Een vrij hevige aardbeving had het Zuiden van Italië geteisterd, doch de schade was betrekkelijk gering, alleen de telegrafische verbmding en het spoorwegverkeer waren eenigszins gestoord. Doch dien middag kwamen nadere berichten en'savonds stormden opeens de krantenloopers als losgelaten duivels door den Corso en schreeuwden met schorre stemmen: „Het eerste officieele bericht! Messina volslagen verwoest!! Geheel Calabrië een puinhoop!!" De bladen werden hun uit de handen gerukt. Mannen en vrouwen, al wie daar bloedverwanten of vrienden in het Zuiden had, drongen om de schreeuwende kerels heen, die door bleven roepen het ontstellende nieuws, die voortrenden zonder geld te wisselen, die zich telkens losmaakten uit het hen omgevende kluwen, zoodra er niet meer te verkoopen viel, en stuwden vooruit door den drom van wandelaars, die op dat uur den Corso op en af drentelden naar oude Romeinsche gewoonte. In den feilen glans van de helle booglampen zag men verbijsterende gezichten; zag men hoe vrouwen stil begonnen te schreien bij het lezen van het verschrikkelijke nieuws, dat in groote zwarte letters hun toeschreeuwde, zag men hoe mannen, in somber gepeins verloren, staan bleven midden tusschen de wemelende rijtuigen en auto's, de krant vóór hen op de modderige keien gevallen. Soms klonk een kreet, een felle aitroep van angst en vertwijfeling. En in de weelderige koffiehuizen zweeg plotseling de muziek.

Zoo werd de ramp te Rome bekend. En dien avond, in een stampvollen trein snelden wij naar het Zuiden. In Napels nieuwe aladen, nieuwe berichten. „Honderdduizend dooden", grijnsden zwarte letters ons toe. Verder raasde de trein, verder

Sluiten