Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stuk puin dreigend voorover en storte bij onze nadering neer. In de huizen hingen de vloeren scheef voorover, zakte langzaam en geleidelijk het huisraad naar voren, bij elke nieuwe trilling van den bodem. Want als in koortssiddering rilde en beefde telkens even de grond, hoorde men nieuwe slagen van vallend puin, klonk gegil van bedolven en in de huizen opgesloten ongelukkigen, sloegen honden angstig aan.

Reeds waren enkele mannen, geholpen door carabinieri, begonnen met het reddingwerk. Reeds klonken de slagen van bijlen en houweelen, waar de angstkreten het duidelijkst, het naastbij opklonken uit de puinhoopen. En op het groote plein trok men met touwen het dak af van een woning, die op het punt van ineenvallen stond. Onder dat dak lagen twee dooden, twee dochters van een rijken koopman. Door drie carabinieri vastgehouden stond hij daar en zag toe, het schuim op de lippen, zijn oogen verwilderd als van een waanzinnige. De mannen aan de touwen sjorden, trókken het zware dak, dat met een hevigen kraakslag ten slotte neer viel. En toen op eens begon de vader te gillen, te slaan, te trappen, te bijten, te rukken om zich te ontwringen aan den greep der drie pohtie-beambten. " mi,n dochters zien. Ik wil ze kussen voor de laatste

maal!!" krijschte hij en worstelde met de mannen, die hem in bedwang hielden, die hem vriendelijk toespraken, hemzeiden, dat het niet mocht, dat het niet kon, waar de lijken verminkt en reeds tot ontbmding overgegaan waren. Het baatte niet. Hij wilde niet hooren; de vader, uit zijn krankzinnige oogen blonk haat en vertwijfeling en stompzinnig niet begrijpen van wat ze hem daar zeiden. En hij rukte en sloeg en trapte en beet.

Dat was de eerste verschrikking van een lange reeks.

Den volgenden dag ging het verder, naar Messina. Uit het noorden, van de Oostenrijksche grens, waren een twintig soldaten gekomen, Messineezen, die verlof hadden gekregen om

Sluiten