Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANG geleden, op de hellingen van de Himalaya, leefde er een jonge Koning van de Geesten van de Lucht, genaamd Kamalamitra '); want hij was een deel van Zon. En hij aanbad den echtgenoot van Uma 2). En hij keerde den rug toe aan de genoegens van de zinnen, en ging ver weg, en woonde alleen, tusschen de ijzige pieken en sneeuwige plateaux, die om Kailas liggen. En daar bleef hij, eerst levende van bladeren, en toen

van rook, en ten slotte van lucht, boetedoeningen verrichtende van schrikwekkende gestrengheid, totdat na honderd jaren 3) die Heer der Schepselen tot medelijden werd bewogen. En Hij verscheen hem, in de schemering van den avond, in de vermomming van een asceet, maar van gestalte als een hooge boom, met de nieuwe maan in zijn haar, en zeide: Ik vind behagen in Uwe devotie, en dus sta ik U nu een gunst toe: vraag! Toen boog de jonge Koning voor hem, en zeide: Gezegende, laat mij voortgaan met mijne contemplatie van U: dat is genoeg. Toen zeide Maheshwara 4): Dit is goed gesproken: maar vraag mij niettemin een of andere gunst. Toen zeide Kamalamitra: Als het er dan zóó mede staat, en ik absoluut moet kiezen, geef mij dan een vrouw, wier oogen, als deze bergen en dezen hemel, vol zullen zijn van den donkeren luister 5) van Uw keel en Uw maan, alsof zij,

') d. i. „De Minnaar van de Lotus" d. 1. de Zon, Mitra is ook een van zijn namen. („Kam" van Kamalamitra rijmt op 't engelsche „drum").

2) Uma, Shiwa's vrouw. Zie Aanhangsel X van „Koning Soeryakanta".

3) Een Hindoesche wijze van uitdrukking voor: vele.

4) d. i. „Groote Heer", Shiwa.

5) „nila". Daar deze kleur de sleutel is van dit verhaal, denke men er om dat zij van een diep, intens blauw is, naar zwart toe. Dit was de kleur van Shiwa's keel toen hij'het gif dronk. (Zie Aanhangsel I van „Koning Soeryakanta.")

Sluiten