Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onverzadigd van naar U te staren, geen vergankelijke spiegels zijn geworden, maar schilderijen, blijvend gekleurd door Uwe glorie. Want zóó zal zij een midden van devotie zijn tusschen U en mij.

Toen was de maan-gehelmkamde God in zijn schik. Maar hij schouwde in de toekomst, door zijn magische kracht van divinatie, en zag wat komende was. En hij zeide bedachtzaam: Oogen als deze zullen gevaarlijk zijn, niet alleen voor anderen, maar ook voor hun eigenaar. Niettemin, ik heb U een gunst toegestaan: gij zult hebben wat gij wenscht.

Toen verdween hij, en Kamalamitra ging verheugd naar huis terug. En door de gunst van de Godheid gingen al de vermagering en vermoeidheid tengevolge zijner boetedoeningen van hem weg, en hij werd sterk als Bhisma en schoon als Ardjoena. ') En hij kwam aan in zijn paleis op den avond van den volgenden dag, en ging in den tuin om uit te rusten, toen de zon aan 't ondergaan was. En onder het loopen keek hij voor zich uit, en plotseling zag hij een vrouw, drijvende op een vijver van witte lotussen, in een boot van sandelhout, met zilveren riemen. En haar blikken vielen op die sneeuwige bloemen, en veranderden hun tint in blauw, want haar oogen waren ter neêr geslagen: en zij liet haar kin op ééne hand rusten terwijl zij daar lag, en liet met de andere de blaadjes van een lotus rood als bloed één voor één in het water vallen. En de ronde boog van haar heup stond omhoog als een zandbank, en werd teruggespiegeld in het stille water beneden. En haar lippen bewogen, want zij was de blaadjes aan het tellen terwijl zij vielen.

En Kamalamitra stond stil, zijn adem inhoudende, en naar haar starende, bang om te bewegen, want hij dacht dat het een droom was. Toen keek zij plotseling op en zag hem, en glimlachte, hem badende in de kleur van haar

<) Helden uit de Mahabharata.

Sluiten