Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen ging Anushayini naar voren, zijn bevel opvolgend, en stapte over de bladeren, met voeten lichter dan zij zelve, tot zij tegenover den Wijze stond. En toen zij zag, dat hij niet bewoog, ging zij op de teenen omhoog staan om in zijn oogen te kijken, tegen zichzelve zeggende: Mogelijk is hij dood. En zij keek in die oogen, en zag daar niets, behalve twee beelden van haar zelve, als twee incarnaties van vreesachtigheid, die als 't ware tot haar wilden zeggen: Pas op! En toen zij daar stond, bevende in de slingering van onzekerheid, sloeg Kamalamitra haar gade in vervoering, en lachte tot zichzelf, en zeide: Voorzeker is die oude muni niet langer levend, want anders zou zij zijn ziel bereikt hebben door de deur van zijn oogen, al ware het beneden in de lagere wereld.

Toen terwijl zij daar zoo stonden, wachtende, kwam die oude Wijze langzamerhand tot zich zelf: want hij voelde dat zijn meditaties door het een of ander werden gestoord. En hij keek op, en zag Anushayini vóór hem staande als de nieuwe maan bij het eind van den dag, een pure vorm van uitgezochte schoonheid '), een kristal zonder fout, getint met de kleur van den hemel. En oogenblikkelijk, door de macht van zijn eigen mystieke meditatie, raadde hij de geheele waarheid, en den juisten stand van het geval. En hij wierp op die grillige schoonheid een blik, smartelijk als die van een hert, en toch verschrikkelijk als een bliksemstraal: en onmiddelijk vlood de moed uit haar ziel, en de kracht uit haar knieën, en zij zonk op den grond met neêrhangend hoofd, als een lotus gebroken door den wind. Maar Kamalamitra snelde toe en ving haar op in zijn armen.

Toen als zij daar zoo stonden, sprak de oude asceet en vloekte hen, langzaam zeggende: Oneerbiedige geliefden, nü zal die schoonheid, die deze

') Omdat de vorige geboorte altijd vergeten is, zooals in 't vervolg dezer geschiedenis zal blijken.

Sluiten