Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geraakt, gekleed in afgedragen, tot lompen geworden kleeren, die als wolken welke tevergeefs den Heer van den Dag verduisteren, de schoonheid van zijn gestalte niet verborgen maar eerder deden toenemen, met niets over om te eten of te drinken, besloot hij zijn lichaam te verlaten. En dus, zijn zwaard van den muur nemende, en het in zijn hand houdende, ging hij zijn ellendige logies uit, tot zichzelf zeggende: De dood is beter dan schande en onbeduidendheid, honger en de walging van het leven: want wat is de dood anders dan het begin van een ander leven, dat niet erger kan zijn dan dit, het moge zijn wat het zij! En wie weet of ik in 't volgende leven mogelijk haar niet zal ontmoeten van wie ik in 't tegenwoordige droom? Want zij die nü maar een droom is, kan in een andere geboorte een werkelijkheid zijn, en 't zal kunnen wezen dat ik dien lotus-vijver ontdek, op mij wachtend in een ander leven. Daarom zal ik nu buiten de stadsmuur gaan, en een of anderen verlaten tuin zoeken, en daar zal ik mijn eigen hoofd afslaan, en het aan Doerga ') aanbieden als een offer.

En toen hij daar zoo aan de deur van zijn huis stond, nadenkende over welken weg hij zou inslaan, viel in zijn ooren, voor de honderdste maal, het geluid van het slaan van trommen. En hij luisterde, en hoorde de omroepers schreeuwen: „Welke man ook van hooge kaste die naar het Land van de Lotus van de Zon geweest is, dat hij naar den Koning kome: hij zal 's Konings koninkrijk met hem deelen en 's konings dochter huwen." En Umra-Singh lachte en zeide tot zichzelf! Wat! zijn ze nog steeds aan het uitkijken naar een man, die het Land van de Lotus van de Zon heeft gezien? En hoe wisten ze dan dat er zoo'n land te zien was?

En toen schrikte hij plotseling op, alsof hij door een slang gebeten was.

') Zie Aanhangsel X van „Koning Soeryakanta.

Sluiten