Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

AAR Umra-Singh lag op straat, meer als een doode dan als een levende, vol met builen en van zijn zinnen beroofd. En het volk drong om hem heen, joelende en schreeuwende en naar hem wijzende, en hem slagen en trappen gevende. En hij zag er te midden dier lage spotters uit als een zwarte antilope, door de jagers met doodelijke wonden geslagen, en omringd door een troep snappende apen. Toen gingen die spotters

langzamerhand weg en lieten hem liggen, en ieder ging zijn weg, want de zon was aan 't ondergaan. En na een poos kwam hij tot zich zelf, en rees, al was het met moeite, op van den grond, en zwierf weg met strompelende voeten, tot hij bij een vijver kwam in een verlaten kwartier, en aan zijn oever ging liggen om uit te rusten. En gekneusd als al zijn leden waren, voelde hij geen oogenblik de pijn van zijn lichaam: maar zijn oogen waren verblind door de blauwe glorie van den bitteren toorn in de oogen van Shri, en het geluid van haar stem en haar lachen klonk in zijn ooren, èn in zijn hart 'was schaamte. Zóó lag hij langen tijd, starende naar het beeld van Shri zooals het voor hem zweefde en zijn ziel beet als de

Sluiten