Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII.

terwijl het water maar steeds doorging met rijzen en rijzen, zeide Umra-Singh tot zichzelf: Buitengewoon is het bedrog van vrouwen, en overvloedig zijn haar tranen, maar deze dochter van een Daitya overtreft ze zeker allen. Want wie heeft ooit gehoord van tranen, die als rivieren, een kwartier van de wereld konden overstroomen? Maar ondertusschen, vdór ik mijn dood vind in

deze rijzende wateren, is het beter te schuilen in een boom. Dus klom hij een boom in, en keek uit over het water, waarop de mist hing in het maanlicht als een gordijn van zilver op een vloer van lapis-lazuli. En hij zeide tot zichzelf: Is dit louter illusie, of eerder, draagt dit woud niet wèl zijn naam, daar het in waarheid het tot matten gevlochten haar is van den grooten God, met deze boomen voor haar, en dit water voor de Ganges die er door heen zwerft'), en gindsche maan als het ornament zelve

') De Ganges viel van den hemel, en Shiwa ving haar op zijn hoofd op, waar zij duizend jaar bleef zwerven vóór zij haar weg beneden vond. Een legende, die zonder twijfel doelt op de uitgestrekte plateaux van de Himalaya van Thibet.

Sluiten