Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een groote, groote woestijn van brandend zand, dat zich uitstrekte tot heelemaal aan den grens van het gezichtsveld, en op haar hoeken rustten de kwartieren van den hemel. En zij gloeide in het vuur van de stralen der zon als een fornuis, en was doorgroefd en doorvreten met holen en afgronden; en haar oppervlakte rees en daalde, terwijl hij er naar keek, als de boezem van een vrouw, en zij zag er uit of zij levend was, ofschoon zij in werkelijkheid het tehuis van den dood was. En terwijl hij tuurde, zag hij hoe vlugge levende dingen er over heen kriewelden met puntige staarten, van de kleur van zand, die de woestijn in kropen door de holen, en er weer uit kwamen, en ten laatste stil stonden en onzichtbaar werden, behalve dat hun staarten nooit tot rust kwamen, en hun schitterende oogen kwamen boven het zand uit om te loeren. En het scheen Umra-Singh toe in de eenzaamheid van die onmetelijke verlatenheid, dat al die afzichtelijke Oogen hem zochten, en zich op hem vestigden en op hèm alleen rustten, als 't ware tot hem zeggende: Je kunt niet ontsnappen.

En toen zeide hij tot zichzelf: Nu is er werkelijk geen hulp voor mij, en er is geen twijfel aan of mijn einde is gekomen. Want hier te blijven is onmogelijk, en even zeker is de dood, zoowel door vooruit te gaan als door achteruit te gaan. En toch, als ik zou moeten sterven, zou ik het wenschen te doen, niet in de tegenwoordigheid van oogen zooals deze, maar in de kleur van de oogen van Shri. Maar toch, hoe zal ik ontsnappen aan de waakzaamheden van die vreeselijke Bewoners van het Zand daarginds, met moeite wadende in zijn substantie die weg zal zinken onder mijn voeten als de golven van de zee, maar waar zij overheen jagen als de schaduw van een wolk?

Zóó bleef hij den ganschen dag op die hooge plek, niet af durvende te dalen. En ten laatste ging de zon ter ruste in het Westelijk kwartier, en de maan kwam op, en werd weerkaatst in de schitterende oogen van die door

Sluiten