Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het dichste gedeelte staande, zijn lichaam wit van asch, omkranst met een halssnoer van doodshoofden, met een halve maan in zijn gele haar, schiep hij door zijn bovennatuurlijke kracht een gong, hangende aan een vijgenboom, in het midden van het woud. En hij gaf met zijn drietand een slag op dien uit den geest geboren gong, die weerklonk door het bosch als donder.

Toen, oogenblikkelijk, die verschrikkelijke oproeping hoorende, kwamen al de inwoners van het woud, Yakshas en Pichachas, Rakshasas en Hamadryaden, met de wilde dieren en de rest, bijeen, en vlogen op het geluid af, en verdrongen zich rond de gong als vliegen om honig of een dood lichaam. En toen zij gemonsterd waren, vroegen zij nederig aan dien God van alle schepselen, bezield en onbezield: Welke orders heeft de Heer van Allen voor Zijn dienaren, en waarom zijn wij thans opgeroepen?

Toen zeide de Groote Asceet: Er is in dit woud een minnaar, die naar zijn bruid zoekt. En zij van haar kant zal op een' of anderen tijd hier zijn om bij hem te komen. Pas op dat niemand van U hen eenig werkelijk kwaad doet, door hen te verslinden of te dooden: want zij hebben hun eigen bevrijding uit te werken in het woud, door de verordening van het noodlot en van mijn wil en welbehagen '). Want zij vielen onder een vloek, en werden daardoor stervelingen: maar als zij elkaar hier ontmoeten, en de omstandigheden zijn gunstig, zal hun vloek een einde nemen. Daarom, verschalk hen als ge wilt, maar pas op dat ge geen haar van hun hoofden aanraakt.

Aldus sprak hij, en allen gehoorzaamden, zich aan zijn voeten werpende. En toen begon hij te dansen. Toen namen allen woest deel aan dit feest

') De Hindoes hebben nooit een Lucianus gehad om te lachen oveg hun mythologische contradicties. Zij waren altijd te veel onder de betooveriug.

Sluiten