Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moed, en des te meer smachtte haar ziel naar den nectar van de armen van haar echtgenoot. Helaas 1 de dapperheid van vrouwen is maar een bleek. en maanachtig beeld in den spiegel van dien der mannen, en verdwijnt in hun afwezigheid. En ten laatste kwam er een dag, waarop zij door een' panischen schrik werd bevangen, en een vrees voor onbekend gevaar: en zij zonk neer aan den voet van een boom, en besproeide zijn wortels met haar tranen.

Nu gebeurde het, dat eenige Bhilla's '), jagende, door een beschikking van het noodlot, in het woud, haar op het spoor kwamen, en de druppelen bloed zagen op de blaren. En zij volgden die, tot zich zeiven zeggende: Een of ander gewond dier is dezen weg langs gekomen. Zoo kwamen zij verder en ieder oogenblik hielden zij stil en luisterden even. En plotseling hoorden zij het geluid van de stem eener vrouw, weenende in het woud. Toen vol verwondering, gingen zij voort in de richting van het geluid: en inééns zagen zij Shri, zittende onder een boom, die de incarnatie leek van Rati, treurende om haar echtgenoot, toen deze verbrand werd door Maheshwara 2). Want hare kleederen waren gescheurd, en haar haar was in wilde verwarring, en haar groote oogen gevuld met tranen geleken de bladen van een blauwen lotus, schitterende van waterdroppelen, op haar geworpen door het gespeel van zwanen in een vijver. En die wilde Bhilla's waren verwonderd toen zij haar zagen, en zeiden tot elkaar: Wat beteekent dit wonder van een dansmeisje, zoo haveloos en zoo schoon, alléén weenende in het woud? En zij kwamen naar haar toe en stonden rondom haar in een kring. En zij zag er uit in het midden van die zwarte barbaren als een schijf van de maan in de klauwen van Rahu 3). Toen, na een pooze, kwam de betoovering van

') Bhilla's zijn wilden. Zij werden oudtijds ook Shabaras genoemd. H. B.

2) Zie Noot 3 blz. 4.

3) Rahu is een planeet-demon, van wien geloofd wordt dat hij de maan tracht te ver slinden (maansverduistering). H. B.

Sluiten