Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heb ik jé weergevonden. En zij weende luid, en vergat op dat oogenblik al haar verdriet, en zij keek naar hem, en lachte van vreugde, en sloot haar oogen, alsof, evenals de zon, het aanschouwen van hem het vermogen om te zien had verduisterd en overweldigd. Toen, na een poos, opende zij ze weer, en sprong op en schreeuwde, en haar bloed werd ijs, en haar hart stond stil. Want hij, die haar in de armen hield was niet haar echtgenoot maar een behaard ding met afschuwelijke oogen, die een incarnatie leken van het wilde dier in menschelijken vorm: en het vestigde die verschrikkelflke oogen op die van haar zelve, en lachte en kermde en hijgde als een beest, met heeten snellen adem in haar gezicht. Toen verlieten haar zinnen haar, als lafaards, en zij zonk ter aarde in bezwijming.

En toen zij ten laatste weer herleefde, keek zij op, en zag dat de zon aan 't ondergaan was in het Westelijke kwartier. Maar de maan was nog niet opgegaan, want het was 't begin van de donkere helft van de maand. Toen kwam opeens de herinnering weer bij haar terug, en zij beefde van opwinding. En zij zeide tot zichzelve: Was het werkelijkheid, of was het maar een booze droom? Stellig was het maar een droom; want ik ben erg zwak en vermoeid. En zelfs nu kan ik niet zeggen of ik wakker ben of slaap.

Zóó zat zij met gesloten oogen, vreezende om ze te openen, en anders zij wist niet wat te zien tusschen de schaduwen van de boomen. En toen kwam de afnemende maan op, en goot door de tusschenruimten van de bladeren zwakke en bleeke stralen, alsof zij haar eigen afgrijzen deelde. En ten laatste, niet in staat om de stilte en de eenzaamheid nog langer te verduren, stond zij op en begon zich langzaam, met aarzelende stappen, door het woud te bewegen, niet wetende waarheen te gaan, en niet durvende te blijven waar zij was.

En plotseling, onder het loopen, keek zij voor haar uit, en daar, in een open ruimte, zag zij haar echtgenoot, stil onder een boom liggende. Dadelijk

Sluiten