Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XV.

OO lag zij, den ganschen nacht: en toen op het laatst de dag aanbrak, kwam zij, hoewel met moeite, weer tot zichzelve. En zij trachtte op te staan, maar kon niet, want haar leden weigerden hun plicht te doen. Zoo lag zij daar, koud als sneeuw, en huiverende als de oppervlakte van een meer, in verwarring gebracht door den wind.

Toen verliet de zon langzamerhand 7.iin hnio In H on

Oostelijken berg, en beklom den hemel. En gewarmd door zijn stralen, kwam een beetje van haar kracht terug: en na een poos stond zij weer op haar voeten, die wegzwierven, en haar droegen waar zij wilden, tot zij haar naar een' anderen woud-vijver brachten. En daar lag zij neder, en bukte zich, en dronk van zijn water. En zij keek in zijn spiegel, en zag zichzelf, tenger en vermagerd als de oude maan, maar bleek en kleurloos als die maan op het middaguur. En haar lang haar viel over haar schouders neer in het water. Toen bond zij dat natte haar op in een wrong, en bleef den geheelen dag bij dien vijver niet trachtende verder te gaan: want zij zeide tot zichzelve: Laat mij liever hier blijven om van honger om te komen, of tot voedsel te dienen voor een

Sluiten