Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DAGERAAD.

N op datzelfde oogenblik kwam de vloek tot een einde. Toen herwonnen die twee gelieven hun onsterfelijke naturen. En zij keken naar elkaar, verblind en in verwarring, want zij dachten dat zij ontwaakt waren uit een droom. En hun geesten rezen op uit die sterfelijke lichamen die zij verlaten hadden, en vlogen heen naar hun hemelsche Tehuis, gestrengeld in elkanders armen.

Maar Maheshwara, van zijn zetel op Kailas, zag hen gaan. En alles waarnemende, door de kracht van zijn mystieke intuïtie, zeide hij tot zichzelf: Daar zijn die twee dwaze geliefden, zich verheugende ontwaakt te zijn uit een droom; niet wetende dat het maar een droom was in een droom, en dat zij nog steeds in slaap zijn. En hij lachte luid: en de donder van zijn schaterlach rolde en weerklonk, en ratelde in de blauwe holen van Himalaya, als het geluid van een trom.

Sluiten