Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

roeping was ons, het nageslacht, te doen zien, hoe de oude tijd er uit zag. Uit die kunstperiode hebben we dan ook een groot deel van onze prenten geput.

Zonderling is het, daartegenover, dat in onze eigen periode weer, het aantal kunstwerken, gewijd aan de sport, in geen enkele verhouding staat tot den tijd, de aandacht, de beschouwingen, die er aan worden gewijd, de verwachtingen die er van worden gekoesterd. Terwijl het soms wel schijnt, alsof de lichamelijke opvoeding, in allerlei vormen, geheel in eere hersteld is, alsof van haar de wedergeboorte van den gezonden, sterken en schoonen mensch wordt verwacht — schijnt de kunst zich luttel aan dezen tijdgeest te laten gelegen liggen. Waar zij zich tot het afbeelden van eenige sport of eenig spel zet, schijnt het wel, alsof zij het terloops en eenigszins schaamachtig doet: zij blijft illustratief, of geeft den humor van het schouwspel. De humor — maar waar blijft de verheerlijking van de sport? Waar zijn de monumenten, in dezen tijd, gewijd aan de lichamelijke renaissance, aan den organisatiegeest die de sporten beheerscht, aan de enkelingen, die uitblinken ? Waar blijven de rythmisch begrepen schilderingen en friezen van het voetbalspel, het spel van de orde, de regelmaat, de organisatie? Waar blijven in stadion of clubgebouwen, de standbeelden der kampioenen?

Maar dit negatief verschijnsel staat niet op zichzelf, en bij het bezien der vele illustraties van dit boek zal men het telkens kunnen constateeren: de kunst heeft bijna nooit de tafreelen die sport en spel bieden, weergegeven om zichzelf, doch om het beeld dat zij gaven van het leven, om de schoone of boeiende aspecten die zij opleverden, en zoo goed als nimmer, zelfs in de zakelijk documenteerende prenten der vroeg zeventiende-eeuwsche Hollanders, leende zij zich zonder meer tot het voorstellen en verklaren, nog minder tot het idealiseeren van spel of sport als zoodanig. Zij vertelde er van, zij speelde er mee, zij liet er zich door inspireeren, zij gebruikte de gegevens, leende de vormen, had voor den toevalligen toeschouwer evenveel oog als voor den beoefenaar. Zij bleef zichzelf, volgde haar eigen lusten, leefde naar haar eigen wetten.

Over het algemeen is hier dan ook meer gelet, bij de keuze der illustraties, op de kunstwaarde dan op de zakelijke juistheid der voorstellingen, en zijn die voorstellingen bij voorkeur van dien aard, dat zij als kunstwerken kunnen gelden. Een enkele maal is om der curiositeitswil een illustratie toegevoegd die strikt genomen geen kunst mag heeten.

♦ ♦ ♦ ♦

Sluiten