Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IJS- EN SNEEUWVERMAKEN.

„Er wordt niet meer gevroren", klaagde niet zoo lang geleden een geestig journalist, en inderdaad, het heeft er wel wat van. Geheele winters kunnen onze schaatsenrijders zelfs niet aan den slag komen, en de korte perioden, waarop de ijsbanen open kunnen worden gesteld, kunnen nauwelijks een behoorlijken leertijd opleveren voor de beginnelingen. Nauwelijks beginnen ze het schaatsenrijden in zooverre te kennen, dat ze zich althans warm kunnen rijden, of de dooi treedt alweer in, en het volgend jaar moet zoogoed als overnieuw worden begonnen. Het is te vreezen, dat het volgende geslacht in dit opzicht althans gedegenereerd zal zijn, als de ouderwetsche winters (de laatste was in 1890) niet weer in eere worden hersteld. Doe er maar eens wat tegen.

Daar veel water bij vorst veel ijs oplevert, vooral als het zoet is en aan niet te sterken stroom onderhevig, was er in die ouderwetsche winters met vorst, in ons land met zijn vele sloten, beken, kanalen, plassen en kleine riviertjes altijd veel gelegenheid tot schaatsenrijden. De ijssport was dan ook een echt nationale, al zeer vroeg, en wij hebben zelfs een heilige, in wier geschiedenis het schaatsenrijden een belangrijke rol speelt. De legende, die van deze vrome vrouw verhaalt, en die van een ontróerenden eenvoud is, verscheen in een boekje van J. Brugman, in 1498 te Schiedam uitgegeven onder den titel Vita Sanctae Lydwinae de Schiedam, met een houtsneetje geïllustreerd, dat zoover ik kan nagaan de eerste afbeelding van ijsvermaak is, welke men kent. Opmerkelijk is, dat hier ook alweer de wedergave van het dagelijksche leven slechts ter wille van de zakelijkheid in de middeleeuwsche kunst treedt, en er een heiligenlegende aan te pas moet komen, om ons de eerste herkenbare afbeelding te geven van een zoo algemeene en blijkbaar reeds lang in zwang zijnde uitspanning des volks.

St. Lidwina, ook Lidwigis of Lidia genaamd, is in de kerkgeschiedenis van het Nieuwe Testament een even klassiek voorbeeld van heldhaftig geduld en verootmoediging geworden als Job in het Oude. Zij werd in 1380 te Schiedam geboren, werd reeds op haar 13de jaar ten huwelijk gevraagd wegens haar groote schoonheid. Zij bad God en de Heilige

Sluiten