Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenover het ijs, dat niet meer slachtoffers maakt dan het niet-verstolde element zelf.

Om tot ons eerste prentje terug te keeren: ofschoon de maker ervan onbekend is en de geheele trant weinig pretentieus; hoewel het een primitieve en eenigszins naïeve voorstelling van het voorval geeft, zou ik er op willen wijzen, dat dit simpele illustratietje lang niet het minst kunstvolle is van de vele, waarmee wij dit beknopt hoofdstuk kunnen opluisteren. De val van het meisje zelf, de houding der hulp biedende gezellinnen, zijn reeds niet kwaad uitgedrukt (gezien de beknopte en stroeve trant), de lijnen zijn expressief, gaaf, en niet zonder gratie. Maar het vrouwefiguurtje daarachter met den wegwaaienden doek, en de verschrikte uitdrukking op het gezicht is toch nog beter, en het best is de schaatsenrijder, wiens zwierige beweging bijzonder goed is, en die een van de beste schaatsenrijdersfiguurtjes is, welke wij zullen ontmoeten. Want het weergeven van deze beweging, vooral wanneer zij met losheid en zekerheid wordt uitgevoerd, is geen gemakkelijk werk voor den teekenaar; vele voorbeelden hier bewijzen het. De straks geciteerde prent met den dood achter de rijders, is vrij wat onbeholpener dan deze, al heeft de maker alle middelen van schaduw en modelé uitgeput: dat rijden is wijdbeens hardloopen. Bij andere teekeningen denkt men aan een voorzichtig, voetje voor voetje krabbelen, of ziet men alleen,, dat schaatsenrijden bedoeld is, doordat de figuren schaatsen aan de voeten hebben.

In het handschrift dat in de Koninklijke Bibliotheek te den Haag aanwezig is, worden de schaatsen van Lidwina tscoloedsen genoemd; het waren, naar uit de gegevens valt op te maken, reeds ijzeren, geen beenen schaatsen.

H. Baron Qollot d'Escury zegt in „Hollands roem in Kunsten en Wetenschappen": „Het rijden op het ijs met een soort van schoeisel van gladde en scherpe ijzers voorzien, is een kunst, welke hier bepaald thuis hoort, en reeds in de veertiende eeuw beoefend werd". In Noorwegen, een land waar het ijsvermaak nog meer inheemsch was en is, waren in de XVIde eeuw nog beenen schaatsen in gebruik; de ijzeren schaatsen waren toen daar nog zeer onvolmaakt. In deze industrie ging Holland dus voor.

In Rusland werd het schaatsenrijden, merkwaardig genoeg, eerst in het begin van de 19de eeuw gebruikelijk. In Frankrijk werd het eerst in de 18de eeuw een vermaak van het hof en de aristocratie; onder de

Sluiten