Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet altijd levert de sport zoo'n gratieuse vertooning:

Lijs Draaigat, rond van aars, en met gehoepte rokken,

is zeker meer komisch dan elegant geweest, en de schaatsenrijder van Huygens:

Jan rijdt op schaatsen plomp en snel, De beste moeten achterleggen; Magh ik hier op de waerheit seggen? Jan rijdt wel, maar hij rijdt niet wel,

heeft stellig geen zwierige bochten gemaakt. Maar de echte schoonrijders hebben menigen vreemdeling als van een wonder vervuld doen staan. Een Franschman, A. P. Covilbeaux, denkt zeker niet aan boerinhen met ronde aarzen en woeste hardrijders als hij dicht:

Amis, parcourons la surface De ce miroir de volupté Chacun s'élance, et sur la glacé Règnent 1'Amour et la Beauté!

Mendoza, Henri Havard, en andere vreemdelingen wijdden geestdriftige beschrijvingen aan het schaatsenrijden der Hollanders. Van de nieuwere Hollandsche verzen is wel het meest bekend „De Schaatsenrijder" van Mr. A. Bogaers. Dezelfde dichtte ook „Kermis op de Maas". In sommige gedeelten van zijn Schaatsenrijder geeft hij wel levendig en teekenachtig weer, wat hem in deze sport zoo bevalt:

Welk een genot, op die ijzers te drijven! 't Ruim te doorkruisen in gonzende vlugt Bogen op 't galmend kristal te beschrijven, Zacht gedodeind, als gewiegd op de lucht! Reiger, hoe vaak, bij uw zwaai door de wolken, Wenschte ik, benijdend, uw wieken voor mij; Maar nu ik zweef langs de blauwende kolken, Houd uw gevleugelt, ik vlieg er als gij!*

En:

Ett'lijken weven, bij 't hellen en gieren (Hollandsche Kunst) een bevalligen dans; Andren, gekromd in het spannende pogen, Snelte bejagend voor konstigen zwier, IJlen, als pijlen, den bogen onttogen Regt naar het doel, op de Friesche manier.

Laat ons, om een tegenhanger van al deze vreugde en verrukkingsontboezemingen te geven, en om onze citaten van dichters en schrijvers voorshands te besluiten, nu nog eens een vijand van het ijs aan het

Sluiten