Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord laten komen, één die zelfs uitdrukkelijk van het schaatsenrijden gewaagt, en het betrekt in zijn vloek ; toch een echt en zeer Hollandsen schrijver: Hildebrand.

In zijn schets Het Water (Camera Obscura) zegt hij aan het eind : „Zoo stond ik op menigen schoonen zomeravond aan uwen rand, liefste aller vijvers! gij weet, of ik u liefheb. Thands! — (helaas ik schrijf dit alles bij een groot kolenvuur!) thands zie ik treurig naar u uit! — gij zijt een ijsklomp; gij zijt verstijfd, roerloos, dood. Voor weinige dagen zag ik de bleeke westerzon nog schijnen op uwe golving en de groene dennen ter linker, de lommerrijke groepen van acaciaas en beuken ter rechterzijde in uw spiegel weêrkaatst; en met welgevallen rustte mijn oog op het zonnige plekjen, dat hoenders en duiven plachten uit te kiezen, om zich te verkwikken aan uw vocht. Helaas! wat is er van u geworden, wat anders zijt gij dan

't Misvormde lijk van 't uitgebloeide schoon!

Wat is het harde, het gevoellooze ijs? Stof, koude, ziellooze stof als de logge aarde. Shakespeare noemde het water valsch, maar hij lasterde, het water is zoo oprecht als doorschijnend; het vleit niemand met de onmogelijkheid van gevaar, wie het waagt zijn heiligdom in te gaan; het is het ijs, dat valsch en verraderlijk is. — Het ijs! O het is dubbelhartig, het is een bastaart, het is, om het met een woord te noemen, dat ik aan een onzer beroemdste hoogleeraren verschuldigd ben, en dat een verschrikkelijk vonnis van veroordeeling uitspreekt, het ijs is hybridisch. — Ik wenschte ditzelfde wintertooneel te zien, maar zonder dat ellendige deksel op hetgeen de natuur schoonst en liefelijkst en bezieldst heeft. Doch werwaarts ik mijne oogen wende, nergens ontdekken zij het voorwerp mijner liefde; het ligt onder dezen dikken, nijdigen, blauwen zarl? begraven, en ijdele slaven van het vermaak dartelen over dat graf!

Neen, gevoellooze, onvermurwbare korst, beeld van onverschilligheid en koude wreedheid! Neen, etlendig namaaksel van glas! Mijn voet zal u niet betreden! Ik zal niet, als een lichtzinnige dwaas, mijne zolen met ijzer schroeien, om u te vereeren, en de rustplaats te ontwijden van mijne dierbare! Lig daar, en mest u met het kostbare bloed der aarde! Maar wee u, huichelaar! die uit valsche schaamte uw afkomst verloochent, en voor uw minderen door wilt gaan. Roemt vrij op uw sterkte, op uw geweld! Die boeien zullen verbroken worden. Ik zeg u,

Sluiten