Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langs de blakerende gevels. Maar ook daar Droeit net over ae ucrug graden heen. Zelfs de traditioneele musschen gapen niet meer op den gootrand, maar slapen. Alleen de sproetige krantenvrouw op de Bahnhofstrasse schreeuwt: Züuzi Zitti (Neue Zürcher Zeitung). En als reclame schreeuwt ze er nog bij: „Ski-rennen in St. Montz".,

Even grijp je als vreemdeling naar den rechterknobbel op je voorhoofd. Ski-rennen, dertig graden en meer op doorstoofde asfaltwegen. Toch, pas op, hier hebben we het Zwitsersch kiekje."

Ên dan: „Een vroolijke bonte schaar van meer dan 300 sportvrienden had zich daar ondanks den snerpenden noordenwind vereenigd, deels om mee te loopen, deels om bij de prachtige sport toe te kijken...

Het veld was in den besten staat. Voor zonsopgang nog hard als marmer, werd de sneeuw al spoedig korrelig als droog zout en stoof bij iederen draai in prachtige witte wolken over de rij der kijkers. „Een opgewekt bal besloot het wintersche feest." ïn verband met de beenen schaatsen door onze voorouders tot de i4de eeuw ongeveer gebruikt, is hier reeds gesproken van het gewone sullen of baantje glijden op het ijs. Men vindt het op een enkele prent van schaatsenrijden door kinderen bij wijze van accompagnement uitgeoefend, en in de Pickwick-Papers laten de vroolijke oude heeren Pickwick en Wardle zich door het voorbeeld van den knecht van eerstgenoemde ertoe verleiden, kort nadat de soi-disant sportsman Mr. Winkle op de schaatsen zulk een droevig echec heeft geleden. De primitieve sport, die intusschen niet weinig animeerend is, was altijd meer het deel van kinderen en ouderen van dagen.

Het zou eenigszins beneden de waardigheid van deze beschouwing ziin veel te zeggen over het sneeuwballen gooien en maken van sneeuwpoppen, maar dat deze ongereglementeerde, apocriefe winterspeleft menigen teekenaar hebben geboeid zal niemand verwonderen. De sneeuw geeft aan een landschap of stadsgezicht een vroolijk, pittig aspect de lijnen die te zien blijven, zijn scherp afgeteekend, de sneeuw bedekt de vormen zonder ze te vermoffelen, als versierend, de bewegingen der menschen zijn druk, hun winterkleeding is schilderachtig, sneeuwvlokken, warrelend door de lucht verkenen kleur en trilling aan het geheel.

Wat de ar betreft, men vindt ze, in primitieven vorm, al op onze tweede (zwarte) prent en later vindt men ze herhaaldelijk terug; men vindt ze ook op den tegel, hier in kleurendruk weergegeven, in de collectie Loudon, die pas in het Rijksmuseum is ondergebracht.

Sluiten