Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleur van zijn omgeving aan; vooral in Amerika komen vossen van alle kleuren voor, zoodat de benaming de Blauwe Vos in de overigens niet bepaald nuchter-zakelijke Indianen-romans van Aimard c.s. volstrekt niet fantastisch is.

De vos heeft zijn natuurlijke gaven en hulpbronnen wel noodig, want hij heeft behalve den sportieven mensch nog veel andere onverzoenlijke vijanden. De hond is verschrikkelijk op hem gebeten, kraaien en eksters waarschuwen elkaar, als zij hem in (het vizier krijgen, vergezellen hem en maken leelijke geluiden boven zijn hoofd, waardoor ze hem dikwijls aan zijn vijanden verraden.

Van alle vermaken in de open lucht is er geen, naar sportboeken verzekeren, te vergelijken met de vervolging van den vos, zooals de Engelschen die kennen (in Duitschland wordt de vos veelal met het geweer gejaagd). Men heeft er surrogaten voor bedacht, o.a. in de steeple chase, maar de paarden, die gewillig den troep honden op de wilde jacht volgen over heg en steg, voelen niets voor de kunstig opgestelde hindernissen, zij weigeren niet zelden te springen, en vele ongelukken zijn het gevolg van hun gebrek aan animo.

Meer dan één andere jacht is dus de vossenjacht een sport, die om zichzelfs wil wordt beoefend; het gaat er al heel weinig om het wild, om het arme, kleine, geestige en slimme beest, dat zoo weinig kwaad doet en welks dood zoo weinig profijt oplevert. Het is het prikkelende, jachtige gedoe, het vlugge en behendige rijden, het overwinnen van allerhande hindernissen, dat deze sport zoo geliefd maakt. Meer dan eenige andere jacht maakte dan ook die op den vos van oudsher aanspraak op den naam sport: de vossenjager is de „sportsman" bij uitnemendheid, hij is gezond, sterk, lenig, een behendig rijder, een groot kenner van paarden en honden, een vroeg opstaander. Hij heeft ook zijn gebreken. Fielding, de eerste romanschrijver van de Engelsche litteratuur (18de eeuw) voert in zijn „Tom Jones" een echt vossenjager op in den persoon van Squire Western. Het portret is niet aantrekkelijk. Deze landedelman slaat de gemeenste taal uit, hij is door en door onontwikkeld, hij drinkt, hij tyranniseert vrouw en dochter, hij heeft woeste driftbuien; slechts zijn onafhankelijkheid, zijn moed en zijn apenliefde voor zijn dochter komen op zijn moreel credit.

Een aardig staaltje van den hartstocht der vossenjagers geeft de auteur, als deze Squire Western, wiens dochter weggeloopen is, bij zijn poging om haar terug te halen een troep honden op de vossenjacht

Sluiten