Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Drente en hier en daar elders was een spel, genaamd „spinnerijen in tel, waarbij men trachtte de plaats naast een meisje in te nemen door dengene, die op het oogenblik daar zat, op de hand te slaan met een plak, tot hij niet meer kon blijven zitten.

Voor kinderen, die heel veel op straat speelden, waren in de bepaalde seizoenen, zooals dat nog gaat, verschillende spelen gebruikelijk. Zoo spreekt een almanak van Duitje pletsen en kunzeren voor Februari, soldaatje spelen en hoepelen voor Maart. Wat het niet nader aangeduide, maar blijkbaar prettige spel mag geweest zijn, dat wordt voorgespiegeld in het versje:

Van avond met een kaarsje En een lichtje aan de deur hoezee!

weet ik niet.

Als spelen met de dobbelsteenen worden muizebruizen, triktrakken en verkeeren genoemd.

Een van de oudste gezelschapsspelen, waarbij men aan tafel zit, is het Ganzenbord. Het is later verbasterd, telt bovendien veel eenigszins onwaardig nakomelingschap: het tramwegspel, het panopticumspel, het tentoonstellingsspel, enz.

Dit ganzenbord, waarbij dobbelsteenen te pas komen, en dat in den ouden tijd ook wel om een misschien niet onbelangrijken inzet gespeeld zal zijn, werd waarschijnlijk als „kansspel" in 1342 te Brussel verboden. Hugo de Groot spreekt er in een van zijn geschriften van.

Wat de gans in het spel eigenlijk beduidt, is niet bekend. Of ze een herinnering is aan de ganzen, die het Kapitool gered hebben, of wel dateert uit den tijd der Germanen, die haar beschouwden als het zinnebeeld van Verstand (bij het raadplegen van haar fysionomie zou men het eerder houden met de latere opvatting) dan wel eenvoudig als lekkernij gehuldigd wordt?

Het spel is een beeld van het menschelijk leven. De figuren in de hoeken, harlekijns, zotskappen, hansworsten wijzen erop, en de ganzen, in hun verschillende houdingen, beteekenen: dwaasheid, domheid enz.

Het ganzenspel telt 63 nummers, van oudsher het officieele gemiddelde van den menschenleeftijd.

Allerlei moeilijkheden staan aan het verloop in den weg. Bij 6 moet men tol betalen, op den jongelingsleeftijd komt de verleiding (19: de herberg). Men moet blijven tot de schuld betaald is, en moet zijn beurt,

Sluiten