Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

De kalender zegt, dat de zomer duurt van 21 Juni tot 21 September, maar ik vraag verlof het met dien termijn hier evenmin nauwte nemen, als de werkelijkheid van klimaat en weder dit doet.

De zomer is voor ons bewoners der gematigde gewesten bijna een even vaag begrip als de winter; hoe koud, nat en guur kan het in de maanden Juli en Augustus zijn, en welke prachtige zomersche, ja warme dagen zijn er soms in Mei, April en Oetober.

Ook al was dus de beoefening der sporten van zomersehen aard streng bepaald tot de maanden Juli—September van klokslag twaalf middernachts tot klokslag twaalf middernachts, dan nog zou ik mij het recht nemen oefeningen en spelen in de open lucht van lente en herfst hier tevens te behandelen. Maar dit is, wat de spelen der volwassen menschen betreft althans, niet het geval. Lawntennis, cricket, croquet en andere spelen worden bij goed weer van winter tot winter gespeeld, zoolang het maar eenigszins kan, en het watersport seizoen duurt ook lang.

Merkwaardig genoeg, zijn de kinderen in die dingen zeer veel orthodoxer. T^el las ik in Ter Gouw, waar deze schrijver de seizoenen voor knikkeren, bikkelen, hoepelen, tollen, vlieger oplaten enz. aangeeft, dat de kinderen zich daar niet aan storen, maar ik heb wel degelijk het tegendeel kunnen opmerken.

Er is een hoepelseizoen, na afloop waarvan men geen hoepel meer ziet of hoort, er zijn maanden, waarop de dijken volstaan met vlieger oplatende jongens, jongetjes en pa's, en het klepperen is mij telken jare een welkom voorjaarsgeluid bij gebreke aan meer buitenachtige tonen.

Een ondeugend versje in Tak's Kroniek van 1904, van mij welbekende hand, welker anonymiteit ik niet zal èchenden, is geïnspireerd op deze ongeschreven wetten in het kinderrijk.

Daar was eens een heele slimme jongen,

Die heette Jan. Terwijl zijn makkers knikkerden en sprongen

Was hij een man.

1

Sluiten