Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet noodig haar hier te releveeren. Van Hannibal af tot Tartarin de Tarascon toe hebben krijgslieden, reizigers en sportslui de bergen beklommen, de eersten om aan den anderen kant te komen, de sportsman louter om het gedaan te hebben. Jaarlijks wagen nog altijd velen hun leven bij het bestijgen van hooge en steile bergen, maar de kronieken van de beoefenaars dezer sport wijzen op veel meer gevallen van lieden, die niet uit wilde eerzucht steeds hooger willen klimmen en ontoegankelijke toppen bereiken, doch werkelijk genieten van de opwekkende bewegingen, de schoonheden der oorden en belangstelling hebben voor het leven, de zeden, het karakter der landslieden.

Rudolf Töpfer, de Zwitsersche schrijver en teekenaar, heeft zich vaak tot tolk van zijn landslieden gemaakt voor de eritiek, die deze onwillekeurig uitoefenen op den sportlievenden toerist, zijn eigenaardigheden, zijn eischen en vooroordeelen; daartegenover beschrijft menig toerist de bergbewoners, hotelier, gids en handelaar als uitgeslapen in trucs om te profiteeren van zijn argeloosheid en gulheid, zooals dat niet te verwonderen is in een volk dat een deel van het jaar op de vreemdelingen en hun uitgaven teert.

Als Alpensport — ze geeft ons niet heel veel materiaal — beschouwen we hier dan alleen het bergbeklimmen van den voetganger, niet het bergbestijgen op ezels of muildieren.

De wandelsport als zoodanig kan ons in verband met het onderwerp niet interesseeren. Het kan voor een kunstenaar geen verschil maken als hij iemand afbeeldt die wandelt, of deze daarmee misschien een sportief doel heeft. Wandelen geeft daarenboven iets te kennen van rust, van op zijn gemak zijn, van den tijd hebben, en wij zouden dus eer van loopsport moeten spreken, daar, waar iemand »op tijd" wandelt of den grootst mogelijken afstand wil afleggen.

Sluiten