Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor het meerendeel laten teekeningen van badplaatsen, zwemscholen of zwempartijen in de open lucht, dan ook weinig van de * beweging zien. Op zwemscholen wordt, zooals ieder weet, die er gebruik van gemaakt heeft, veel gelanterfant, gekeuveld en gespeeld, de naaktheid heeft, als het klimaat meewerkt, een opwekkenden invloed, en het water evenzeer. Teekenachtig is dit alles zeker, en men ziet de zweminrichting dan ook wel door schilders tot onderwerp gekozen, maar ook op zulke schilderijen vindt men dan zelden eigenlijke zwemmers aan het zwemmen. Het duiken, schieten, springen is natuurlijk beter weer te geven en de meeste prenten die we konden gebruiken, geven dan ook zulke houdingen.

Er zijn weinig goede beschrijvingen van zwemmen in poëzie of proza, opwekkend, zooals ze behooren te zijn, want het zwemmen is meer dan opwekkend, het is verheffend en maakt brooddronken, het doet iemand zich verlicht voelen en versterkt tegelijk. Die van Frits Hopman in zijn »In het Voorbijgaan" is voortreffelijk: »Anton ging nu ook te water en Free volgde. Met voorzichtige stappen liep hij over het zand met de scherpe steentjes en over de vette modder, die hem smijdig tusschen de teenen gleed. Het was een zeldzaam genot, zoo naakt door het landschap te loopen en de lauwe wind en zonnewarmte te voelen aan het ontbloote lijf. Het was hem of die aanraking met lucht en water eindelijk de verinniging had gebracht met de ondoorgrondelijke machten der natuur, waarnaar hij in donkere aandrift steeds had gestreefd. En ook hij voelde de kinderlijke vreugde en ook hij genoot van het stoeien met het sterke, koele water en was trotsch op de kracht zijner leden. Het was heerlijk om in de dichte, weerstrevend-omgevende, maar dragende materie sterk te bewegen en naar de glazige luchtbellen te kijken, die oprezen uit het ongekende diep. Op den rug drijvend, met roeiende armen en trappelende beenen, veilig in het vertrouwde element, dat hij borrelend wegblies van voor den mond, zag hij tusschen de vochtige wimpers op in den hoogen luchtkoepel van zonnig mat blauw, waarin ijle kolkjes zweefden. Ja, dit was de zaligheid op aarde, deze innigste, liefelijkste gemeenschap met het wijde AL"

Van Deyssel geeft in zijn schets »In de Zwemschool" de volgende impressie:

»Hij gaat door de deur-opening en is op het gaanderijtje. De waters vlakken stoer, troebele groene vloeren. In blanke zilverscheuten schiet snelt en ijlt pijlig het tintelende licht in kolke-kelken tegen

Sluiten