Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Armen in een halven cirkel, op het Water steunen, haal adem, beenen buigen, hielen in, in den vorigen stand terug."

Het gebeurt niet zelden dat de zwemmeester hen, die hem niet een glas wijn laten drinken, een slok water te drinken geeft"

De zwemmeester van de goede soort is, volgens deze schets, tegen alle mogelijke hulpmiddelen als zwemgordels en zwemvesten. Die zwemmeester, hier zoo naar het karakter beschreven, wordt door Van Deyssel kleurig geschilderd in zijn straks geciteerde »In de Zwemschool".

»De baas, helder dik, het lijf in vlaggefeest-kleuren-kleêren onder het blank-rood water-man-gelaat de oogen, in het hoofd over zich en de baas-oogen en den héelen baas, blauwsel-oogen, effen oogen, klaar van altijd met water in water, blauw-water-oogen. — In het hoofd over zeelui, erge-verten-turend, wijde boven-hemel-blauw daar in af — maar te pletter het in-binnen-hoofd zien van wijde helderheid tegen het buiten, de baas zeide, de lippen dribbelden; maar toen weer éan, nu in het donkerder binnene."

Het is nu, na zoo langen, tijd, misschien veroorloofd te vragen, wat de futuristen toch nog meer willen ? Want is dit niet de moedwillige verwarring van indrukken van buitenaf en binnenuit die zij geven?

De auteur van het fransche artikel beschrijft ook de mameren van in het water springen door zwemmers, die zoo verschillend zijn. De eene maakt de plank, de anderen springen er staande in, of in zittende houding, soms de beenen gekruist als een kleermaker. De vrouwen zwemmen, volgens dezen schrijver, minder dan de mannen; meestal kiezen ze de houding van drijven op den rug. Ze houden ook van rondedansen, hand aan hand, als de Najaden om de kar van Amphitrite. .

Een andere schrijver, Charles Friès, klaagt dat het publiek meer en meer onverschillig is geworden op het punt van mooi zwemmen. Vroeger stelde men prijs op den naam van een goed zwemmer te zijn, tegenwoordig mist men het feu sacré, men zwemt »burgerlijk" en als een echte schoolzwemmer er eens verschijnt wekt hij nauwelijks belangstelling. Men kan bemerken dat dit geschreven is in den zelfgenoegzamen en weinig sportieven tijd van het burgerkoningschap. Een meneer komt uit een hokje met een wijde zwembroek aan, een linnen muts op het hoofd en een thermometer in de hand. Hij gaat met een zekere ongerustheid op het water af, laat er zijn instrument in zakken, om te zien of het warm genoeg is. Deze proef bevredigt

Sluiten