Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er gesproken van hondensport, waarmee honden fokken en onderhouden bedoeld wordt, en van hoendersport. Met meer recht zou men het duifjesmelken duivensport kunnen noemen en zeggen dat de kinderen in het voorjaar aan meikever-sport doen.

»Je wefd geboren voor het zadel", zegt de zigeuner paardenkooper in Mrs. J. H. Ewing's Jackanapes tot het jongetje. »Je hebt de vlakke dij, de sterke knie, den slappen rug en de lichte streelende hand. Al ' wat je nog hebt te leeren is het gefluisterde woord." En hij zegt het hem zachtjes. Wat is dat gefluisterde tooverwoord ? Ik denk dat ook goede ruiters het zonder dat stellen en dat misschien de genoemde eigenschappen voldoende zijn.

In een boekje, naar de 8e Engelsche uitgave uit het Fransch vertaald (sic), in 1816 verschenen, »De Ellenden des Menschelijken Levens, of de Klagten en Zuchten, uitgeboezemd te midden van Feesten" enz. (de titel is veel langer) vindt men de volgende Ellende:

»Met een onlangs gekocht paard, hetwelk u zeer handzaam voorkomt, een toertje doende, een enkel oogenblik af te klimmen, om uwe zweep op te rapen, en juist dan, wanneer gij u op de goede trouw verlatende, den toom op deszelfs nek laat rusten, dit paard eensklaps in galop met uw valies, uwen mantelzak en jas te zien voortvliegen: meer dan twee uren hetzelve, zonder ophouden te volgen, en op het punt te zijn van het in een bosch uit het oog te verhezen, Wanneer het, door een bijzonder geluk, vanzelf ophoudt en zijn rekkerigen tred herneemt"

Het is alleen te verwonderen dat het paardrijden den schrijver niet veel meer stof heeft opgeleverd. Intusschen, het is één van die gevallen, waarin de machtspreuk niet gefluisterd zou kunnen worden.

In een interessant artikel over het houden van paarden, dateerend van een veertig jaar terug, en dat, naar de schrijver meedeelt, niet is bedoeld voor hen die van het onderwerp op de hoogte zijn, maar voor hen die lust hebben zich aan de paardensport te wijden (tegenwoordig denken rijk geworden personen het eerst aan een auto met een chauffeur en een laag nummer) leest men o.a. het volgende:

Men schaft zich, zeg, vier paarden aan, twee voor het rijtuig en twee rijpaarden, en een stal, zoo nabij zijn woonhuis als maar mogelijk is. Alle versiering en grappenmakerij moet daarbij vermeden worden, maar de stal moet hoog van verdieping zijn en wel geventileerd, hij kan niet te zindelijk gehouden worden. Boven elke ruif moet de naam van het paard, wit op zwart, geschilderd worden.

\

Sluiten