Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerst gekocht door generaal Burgoyne die er een pied-a-terre voor jachtgezelschappen van maakte. Lord Derby kocht het van hem en bouwde het om tot een waar kasteel waarvan Lady Hamilton, die hij huwde, chatelaine was. Hij gaf er een groot landelijk feest, waaraan wedrennen verbonden waren.

Zooals men weet, is voor veel menschen het wedden, niet het rennen hoofdzaak. Bij ons werd de totalisator in 1910 verboden.

Het is hier niet de plaats om over de termen »turf", «bookmaker" «totalisator" uit te wijden, of een pleidooi te houden voor of tegen het wedden, dat precies even zedelijk of onzedelijk schijnt als het spelen om geld, met kaarten of in de loterijen. Zeker is het dat wedders niet de ware genieters van de sport der courses zijn, het paard is voor hen slechts een nummer dat winst of verlies beteekent. Voor andere toeschouwers is noch paard noch winner van belang, zij komen er om hun nieuwste toiletten te laten zien en die van anderen te beschouwen en te becritiseeren: veniunt spectentur ut ipsae.

Ongeveer 1776 kwam de mode van de wedrennen van Engeland over naar Frankrijk; waar ze gehouden werden te Vincennes, te Fontainebleau en in de vlakte van Sablons.

De revolutie deed de «courses" ophouden, Napoleon I stelde ze weer in, maar eerst tusschen 1830 en 1840 werden ze werkelijk populair.

Het is merkwaardig dat juist veel Fransche schilders en teekenaars ons mooie wedergaven van wedrennen leveren. Vóór de impressionisten, Guys, Manet, Degas, is het reeds de modieuse, handige chroniqueur van de beau-monde en de sport in het tweede keizerrijk Eugène Lami, aan wiens werk we een zeer representatieve afbeelding van een renbaan kunnen ontleenen

In Duitschland, waar deze sport nog later heen kwam, vond zij eerst in dezen tijd een waardig schilder in Ludwig Hohlwein, die van huis uit architect is. Humoristische teekenaars als Oberlander, Meggendorfer e. a. hebben aardige renbaanfantasiën geteekend, die evenzeer de vermelding waard zijn

De eigenlijke wedrennen kwamen ook in ons land eerst in het begin der negentiende eeuw, wat niet zeggen wil, dat voor dien tijd geen hardrijderijen, ringrijderijen enz. zijn gehouden.

Behalve het renpaard zelf, heeft de jockey, het meestal kleurig gekleede, meestal kleine, vlugge kereltje, met zijn strak gezicht, waarin slechts bij de emotie van den rit de oogen koortsachtig schitteren, met zijn gespierd mager lichaam, de teekenaars en schilders dikwijls geboeid.

Sluiten