Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gingen. In de middeleeuwen was het een »sport" van de bewoners der Alpen, het arme dier op den rand van een afgrond te brengen en daar af te dringen. Maar nog altijd houdt men vol, zonder eenigen redelijken grond, het dier voor buitengewoon dom te houden. Zelfs de Mohammedanen, die altijd boven alle andere sekten hebben uitgemunt door hun goede behandeling van dieren, hebben den ezel allerlei beleedigingen aangedaan, en uit de klassieke oudheid komen allerlei verhalen van menschen, die voor straf in een ezel werden veranderd. Volgens een der fabelen van Aesopus zou de muilezel, verwaand op zijn afkomst van het paard, zijn vader den ezel verloochend hebben, en niet voor niets was het in die andere fabel geen paard maar een ezel, waarmee de boer en zijn zoon al die mislukte proeven deden om de critiek te bevredigen.

Toch zijn er menschen geweest, gelukkig, die dit onschadelijk en buitengewoon bruikbaar dier hebben hoog gehouden. Taliessin, de 6de-eeuwsche profeet, zei dat zijn ziel eerst gehuisd had in het lichaam van een slang, een hert, een kraanvogel en een ezel. De drie eerstgenoemde dieren waren beroemd wegens hun wijsheid, kennis van medicijnen en huiselijke deugden, en de ezel geniet hier de eer met hen gelijk gesteld te worden

Als rijdier heeft de ezel echter ongetwijfeld onaangename eigenschappen; hij wil op een gegeven oogenblik niet voort, met geen stokken, schopt achteruit, enz. Dit evenwel aan domheid toe te schrijven is wel een staaltje van menschelijke verwatenheid; want is het zoo bijzonder schrander van paard en hond om zich te laten africhten en tot slaaf maken? De ezel heeft deze dwaasheid in allen geval met den geitebok gemeen, die echter, ofschoon aanmerkelijk dommer van physionomie, niet in zijn kwaden roep deelt.

Hoe het zij, de ezel blijft in een kwaden reuk staan, en de geheele literatuur zoowel als de beeldende kunst hebben er aan mee gedaan en blijven er aan meedoen hen te honen. Als een anoniem gebleven earicaturist uit het begin van het Christendom deze leer wil smaden, beeldt hij een gekruisigden ezel af, en Shakespeare laat Titania in »A Midsummer Night's Dream" ook al verhefd raken op een man met een ezelskop — als uiterste van bespotting. En kinderen kregen op de school voor straf ezelsooren op.

Is de arme langoor intusschen wel ooit in woord en beeld harder en smadelijker bejegend dan in de praktijk door den onnoozelen burgerman of burgerjuffrouw, die niet wetende wat zij doen, het dier,

Sluiten