Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu de fiets langzamerhand een zoo gewoon en zoo nuchter vervoermiddel is geworden, en het wielrijden als sport zelfs reeds uit de mode, nu zelfs de groote tijd van «allemaal op de fiets" over is, die de sport tijdelijk althans tot een te weinig deftige maakte naar de meening van velen, nu doet ons die malle samenspraak over de «veloeipède" in de Gedichten van den Schoolmeester bijna antidiluviaansch aan.

A.

Vindje d'er ook een been in om eens een blnfje te slaan

En in 't Haagsche bosch of in de Plantagie eens uit toeren te gaan

En de voetgangers verstomd te doen staan?

B.

Daar heb ik volstrekt niets tegen; het staat mij zelfs bijzonder aan, Maar het moet zijn met de trekschuit of diligence; Want ik hoü om den dood niet van onnutte dépense.

A.

Neen, het kost je geen cent

En 'tis heel plezierig, als je eerst de manier maar kent.

B.

i^fr Hoe meen je dat?

A.

Ik meen een veloeipède op twee wielen.

Je stuurt met je handschoenen en je duwt met je hielen,

En je zweet als een koetspaard; want 't gaat ongemakkelijk gauw.

B.

Dat 's mooglijk, maar ik kan toch niet zeggen, dat ik er veel van hou En als ik toch met de beenen werken moet Ga ik wat mij betreft liever heelemaal te voet

Het antwoord van B. is, zal men mij toegeven, dat van iemand die de voordeelen van het fietsen onderschat, en misschien typisch voor een tijd, toen snelheid nog niet zoo op prijs gesteld werd, niet zoo noodig was, als nu. Ook is de beweging met de beenen, het «werken" een geheel andere dan bij loopen en kon hij te voet geen blufje slaan. Wat men op de fiets ook al niet meer kan.

Er is hier — bij den Schoolmeester — sprake van twee wielen. Inderdaad deed de veloeipède reeds vroeger dan in zijn tijd zijn intrêe. Ja het was een terugkomst, want even na het midden der 18de eeuw vertelde Ferguson, de sterrekundige, aan den beroemden Dr. Samuel Johnson, «van een nieuw uitgevonden machine, die zonder paarden zich voortbewoog — een man die er in zat draaide aan een

Sluiten